Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

3699 слов · страница 62 из 148

  • het kopjeA1

    чашка

    Wil je een kopje thee?

  • koppelenB1

    koppelde · hebben gekoppeld

    связывать, подключать

    Je kunt je telefoon aan de auto koppelen.

  • kortA1

    короткий

    Het was maar een korte pauze.

  • de kortingA2

    скидка

    Er is deze week korting op groente.

  • de kortingsactieA2

    акция со скидкой

    Er loopt een kortingsactie tot zondag.

  • de kortingsbonA2

    купон на скидку

    Ik heb nog een kortingsbon.

  • de kortingscodeA2

    промокод

    Vul de kortingscode in bij het afrekenen.

  • de kortingskaartA2

    дисконтная карта

    Met een kortingskaart reis je goedkoper.

  • kosteloosB1

    бесплатный

    Het advies is kosteloos.

  • kostenA2

    kostte · hebben gekost

    стоить

    De cursus kost honderd euro per maand.


    de kosten

    затраты, стоимость

    De kosten vallen mee.

  • het kostenoverzichtB1

    обзор расходов

    Vraag om een volledig kostenoverzicht.

  • de kostenpostB1

    статья расходов

    De huur is mijn grootste kostenpost.

  • de kostenramingB1

    смета расходов

    De aannemer maakte een kostenraming.

  • de kostenverdelingB1

    распределение расходов

    We spraken een eerlijke kostenverdeling af.

  • de kouA2

    холод

    Ik kan slecht tegen de kou in de winter.

  • koudA1

    холодный

    Het eten is koud geworden.

  • de kraanA2

    кран

    De kraan lekt al een week.

  • de krachtB1

    сила

    Na de ziekte had ik weinig kracht in mijn benen.

  • krachtigB1

    мощный

    Deze stofzuiger is klein maar heel krachtig.

  • de krantA1

    газета

    Mijn vader leest elke dag de krant.

  • krijgenA1неправильный

    kreeg · kregen · hebben gekregen

    получать

    Ik heb een brief gekregen.

  • de kritiekB1

    критика

    De nieuwe regels krijgen veel kritiek van ouders.

  • kritischA2

    критический

    Lees de tekst kritisch.

  • de kruidenA2

    приправы, специи

    Doe er wat kruiden bij.

  • kruipenA2неправильный

    kroop · kropen · hebben/zijn gekropen

    ползать

    De baby kan al kruipen en wil overal heen.