Словарь
1493 слов · страница 60 из 60
zonlichtB1
солнечный свет
De kamer krijgt veel zonlicht.
zonne-energieB1
солнечная энергия
Wij wekken zelf zonne-energie op.
zonsondergangB1
закат
We keken naar de zonsondergang op het strand.
zonsopgangB1
восход солнца
In de zomer is de zonsopgang heel vroeg.
zoonA1
сын
Hun zoon gaat naar school.
zorgafspraakB1
приём в медучреждении
Ik moet mijn zorgafspraak verzetten.
zorgindicatieB1
заключение о потребности в уходе
Voor thuiszorg heb je een zorgindicatie nodig.
zorgmedewerkerB1
работник ухода
De zorgmedewerker komt twee keer per dag.
zorgpasB1
карта медстрахования
Neem uw zorgpas mee naar de afspraak.
zorgplanB1
план ухода
In het zorgplan staat wie wat doet.
zorgtoeslagB1
пособие на медстраховку
Met een laag inkomen krijg je zorgtoeslag.
zorgverlenerB1
медицинский работник
Bespreek dit met uw zorgverlener.
zoutA1
соль
Er zit te veel zout in.
zusA1
сестра
Ik bel mijn zus elke week.
zwagerA1
шурин, деверь
Mijn zwager woont in Rotterdam.
zwakA1
слабый
Na de griep voelde ik me zwak.
zwangerA2
беременная
Mijn zus is zeven maanden zwanger.
zwembadB1
бассейн
Het zwembad is op maandag gesloten.

