Словарь
1493 слов · страница 53 из 60
vierkantA1
квадратный
Het plein is bijna vierkant.
vingerA1
палец
Ik heb mijn vinger gesneden.
visA1
рыба
Op vrijdag eten we vaak vis.
vitamineA2
витамин
In de winter slik ik extra vitamine D.
vlaA1
ванильный десерт
Als toetje eten we vla.
vleesA1
мясо
Zij eet geen vlees.
vliegtuigA2
самолёт
Het vliegtuig vertrekt om zeven uur.
vloerA1
пол
De vloer is nog nat.
vloerverwarmingA2
тёплый пол
In de badkamer ligt vloerverwarming.
vluchtstrookB1
аварийная полоса
Sta alleen op de vluchtstrook bij pech.
voedingB1
питание
Gezonde voeding is belangrijk.
voedingsadviesB1
рекомендации по питанию
De diëtist gaf mij voedingsadvies.
voedingsmiddelA2
пищевой продукт
Sommige voedingsmiddelen bevatten veel zout.
voedingswaardeA2
пищевая ценность
De voedingswaarde staat op de verpakking.
voedselA2
продовольствие, пища
Er wordt veel voedsel weggegooid.
voetA1
ступня
Mijn voet doet zeer.
vogelB1
птица
In de tuin zitten veel vogels.
voicemailB1
голосовая почта
Ik heb een bericht op je voicemail ingesproken.
voorbeeldA2
пример
Kun je een voorbeeld geven?
voordeurA1
входная дверь
De voordeur zit op slot.
voorgerechtA2
закуска
Als voorgerecht nemen we soep.
voorlichtingB1
информирование, просвещение
De gemeente geeft voorlichting over afvalscheiding.
voorraadA2
запас, наличие
We hebben het niet meer op voorraad.
voorraadkastA2
кладовая для продуктов
Het meel staat in de voorraadkast.
voorrangB1
преимущество проезда
Fietsers hebben hier voorrang.

