Словарь
5046 слов · страница 51 из 202
fietsA2
велосипед
In Nederland gaat bijna iedereen met de fiets.
fietsenA1
ездить на велосипеде
Ik fiets elke dag naar school.
fietsenstallingA2
велопарковка
Zet je fiets in de fietsenstalling.
fietspadB1
велодорожка
Fiets alsjeblieft op het fietspad.
fietspompA2
велонасос
Heb je een fietspomp voor me?
fietsrouteA2
велосипедный маршрут
Deze fietsroute gaat door het bos.
fietsslotA2
велозамок
Vergeet je fietsslot niet.
fietsstrookB2
велосипедная полоса
De fietsstrook is te smal.
fietstochtB2
велосипедная прогулка
De fietstocht is veertig kilometer lang.
fietstunnelB1
велотоннель
Neem de fietstunnel onder het spoor door.
fietsveiligheidB1
безопасность велосипедиста
Verlichting is belangrijk voor je fietsveiligheid.
fietsverhuurA2
прокат велосипедов
Bij het station is een fietsverhuur.
figuurlijkB2
в переносном смысле
Dat is figuurlijk bedoeld.
fijnstofB2
мелкодисперсная пыль
Fijnstof is schadelijk voor de longen.
fileB1
пробка
Ik stond een uur in de file.
filiaalmanagerB2
управляющий филиалом
De filiaalmanager beslist over de roosters.
filmA1
фильм
We kijken vanavond een film.
filmmakerB2
кинематографист
De filmmaker werkte drie jaar aan de documentaire.
filmopnameB2
киносъёмка
De filmopnames duurden zes weken.
filmscriptB2
киносценарий
In het filmscript staat elke zin uitgeschreven.
filterbubbelB2
информационный пузырь
Algoritmes kunnen een filterbubbel creëren.
financieelB2
финансовый
Zij zijn financieel onafhankelijk.
financiënB1
финансы
Mijn financiën zijn nu weer op orde.
financieringB2
финансирование
De financiering van het project is nog niet rond.
financieringsbehoefteB2
потребность в финансировании
De financieringsbehoefte bedraagt tien miljoen.

