Словарь
1230 слов · страница 5 из 50
bevallingA2
роды
De bevalling verliep zonder problemen.
bewarenA2
хранить
Bewaar deze brief goed.
bezemA1
метла
Pak even de bezem.
bezetA1
занятый
Deze plaats is bezet.
bezigA2
занят
Ik ben nu even bezig.
bezoekA1
гости, визит
We krijgen vanavond bezoek.
bezoekenA2
посещать
We bezoeken zondag mijn ouders.
bezoekuurA2
часы посещения
Het bezoekuur is van twee tot vier.
bezorgenA2
доставлять
Ze bezorgen het pakket morgen.
bezorgkostenA2
стоимость доставки
Boven de dertig euro betaal je geen bezorgkosten.
bijA1
у, около
Ik ben bij de dokter.
bijbaanA2
подработка
Naast mijn studie heb ik een bijbaan.
bijnaA2
почти
Ik ben bijna klaar.
bijvoorbeeldA2
например
Neem bijvoorbeeld de bus van acht uur.
biljetA2
купюра
Kunt u dit biljet van vijftig wisselen?
binnenA1
внутри; в течение
Kom binnen, het is koud buiten.
biologischA2
органический, био
Deze groente is biologisch geteeld.
bitterA2
горький
Zwarte koffie smaakt bitter.
blauwA1
синий
De lucht is vandaag blauw.
blessureA2
травма
Door een blessure kan hij niet sporten.
blijA2
радостный
Ik ben blij met het resultaat.
blijvenA2
оставаться
Blijf je vanavond eten?
blikjeA2
банка (жестяная)
In de koelkast staat nog een blikje.
bloedA2
кровь
Ze hebben mijn bloed onderzocht.
bloeddrukA2
давление
De dokter meet eerst uw bloeddruk.

