Словарь
1493 слов · страница 44 из 60
spullenA1
вещи
Neem je spullen mee.
stadA1
город
Amsterdam is een grote stad.
stageB1
стажировка
Hij loopt stage bij een groot bedrijf.
statiegeldA2
залог за тару
Op flessen zit statiegeld.
stationA2
вокзал
Het station is vlak bij mijn huis.
stiefmoederA1
мачеха
Zijn stiefmoeder woont bij hen in huis.
stilA1
тихий
Wees even stil, alsjeblieft.
stoelA1
стул
Neem een stoel en ga zitten.
stoepA2
тротуар
Loop op de stoep, niet op het fietspad.
stofzuigerA2
пылесос
Waar staat de stofzuiger?
stopcontactA1
розетка
Er is hier geen stopcontact.
storingA2
неисправность
Er is een storing in de verwarming.
stormB1
буря, шторм
Door de storm reden er geen treinen.
stortingA2
внесение средств
De storting is nog niet zichtbaar op mijn rekening.
straatA1
улица
Ik woon in een rustige straat.
strandB1
пляж
Het strand is een half uur rijden.
stressB1
стресс
Door de drukte heb ik veel stress.
stroopwafelA1
стропвафля
Een stroopwafel bij de koffie is heerlijk.
studentB1
студент
Als student krijg je korting.
studieadviesB1
консультация по обучению
Vraag studieadvies aan bij de school.
studiebegeleidingB1
учебное сопровождение
De school biedt studiebegeleiding aan.
studiefinancieringB1
финансирование учёбы
Studenten kunnen studiefinanciering aanvragen.
studiekeuzeB1
выбор специальности
Zijn studiekeuze viel op techniek.
studiekostenB1
расходы на обучение
De studiekosten zijn dit jaar gestegen.
studiemateriaalB1
учебный материал
Het studiemateriaal staat online.

