Словарь
2021 слов · страница 43 из 81
niemandA1
никто
Er is niemand thuis.
nierA1
почка
Hij heeft problemen met zijn nieren.
nietA1
не
Ik begrijp het niet.
nietsA1
ничего
Ik heb niets gezegd.
nieuwA1
новый
Ik heb een nieuwe telefoon.
nieuwsgierigA2
любопытный
Ik ben nieuwsgierig naar het resultaat.
niveauB1
уровень
Op welk niveau zit je nu?
nodigA2
нужный
Ik heb je hulp nodig.
nogA1
ещё
Ik ben nog niet klaar.
nogmaalsA1
ещё раз
Nogmaals bedankt voor je hulp.
nooitA1
никогда
Ik drink nooit alcohol.
nootA1
орех
Ik ben allergisch voor noten.
normaalA2
нормальный, обычный
Dat is hier heel normaal.
notitieB1
заметка
Ik maakte een notitie tijdens het gesprek.
novemberA1
ноябрь
November is een donkere maand.
nuA1
сейчас
Ik heb nu geen tijd.
nummerA1
номер
Wat is je telefoonnummer?
ochtendA1
утро
In de ochtend drink ik koffie.
oefenenB1
тренироваться
Je moet elke dag oefenen.
oefenexamenB1
пробный экзамен
Maak eerst een oefenexamen.
oefeningA2
упражнение
Maak oefening drie op bladzijde tien.
oefenmateriaalB1
материалы для тренировки
Er is genoeg oefenmateriaal online beschikbaar.
oefenopdrachtB1
тренировочное задание
Maak de oefenopdracht voor volgende week.
oefentoetsA2
пробный тест
Maak eerst een oefentoets.
oefenzinB1
тренировочное предложение
Maak bij elk woord een oefenzin.

