Словарь
3891 слов · страница 40 из 156
het feitA1
факт
Scheid feiten van meningen.
de felicitatieB2
поздравление
Mijn felicitaties met je diploma.
het festivalA2
фестиваль
Elke zomer is er een festival in het park.
de fietsA2
велосипед
In Nederland gaat bijna iedereen met de fiets.
de fietsenstallingA2
велопарковка
Zet je fiets in de fietsenstalling.
de fietserA2
велосипедист
Let goed op de fietser als je rechts afslaat.
het fietspadB1
велодорожка
Fiets alsjeblieft op het fietspad.
de fietspompA2
велонасос
Heb je een fietspomp voor me?
de fietsrouteA2
велосипедный маршрут
Deze fietsroute gaat door het bos.
het fietsslotA2
велозамок
Vergeet je fietsslot niet.
de fietsstrookB2
велосипедная полоса
De fietsstrook is te smal.
de fietstochtB2
велосипедная прогулка
De fietstocht is veertig kilometer lang.
de fietstunnelB1
велотоннель
Neem de fietstunnel onder het spoor door.
de fietsveiligheidB1
безопасность велосипедиста
Verlichting is belangrijk voor je fietsveiligheid.
de fietsverhuurA2
прокат велосипедов
Bij het station is een fietsverhuur.
het figuurB1
рисунок, схема; фигура
Kijk naar het figuur op pagina tien van het boek.
fijnstofB2
мелкодисперсная пыль
Fijnstof is schadelijk voor de longen.
de fileB1
пробка
Ik stond een uur in de file.
de filiaalmanagerB2
управляющий филиалом
De filiaalmanager beslist over de roosters.
de filmA1
фильм
We kijken vanavond een film.
de filmmakerB2
кинематографист
De filmmaker werkte drie jaar aan de documentaire.
de filmopnameB2
киносъёмка
De filmopnames duurden zes weken.
het filmscriptB2
киносценарий
In het filmscript staat elke zin uitgeschreven.
de filterbubbelB2
информационный пузырь
Algoritmes kunnen een filterbubbel creëren.
de finaleB1
финал
Ons team heeft de finale van het toernooi gehaald.

