Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

796 слов · страница 4 из 32

  • de boterhamA1

    бутерброд

    Ik neem twee boterhammen mee.

  • bovenA1

    наверху, над

    De slaapkamers zijn boven.

  • breedA1

    широкий

    Dit is een brede straat.

  • brengenA1неправильный

    bracht · brachten · hebben gebracht

    приносить, отвозить

    Ik breng de kinderen naar school.

  • de briefA1

    письмо

    Ik heb een brief van de gemeente gekregen.

  • de brievenbusA1

    почтовый ящик

    Er zit post in de brievenbus.

  • de brilA1

    очки

    Zonder bril zie ik niets.

  • de broekA1

    брюки

    Deze broek is te lang.

  • de broerA1

    брат

    Mijn broer woont in België.

  • de bronA1

    источник

    Controleer altijd de bron van een bericht.

  • het broodA1

    хлеб

    Ik eet elke ochtend brood.

  • bruinA1

    коричневый

    Ik eet liever bruin brood.

  • de buikA1

    живот

    Mijn buik doet pijn.

  • buitenA1

    снаружи, на улице

    De kinderen spelen buiten.

  • de buitenlampA1

    наружный светильник

    De buitenlamp gaat automatisch aan.

  • de buurmanA1

    сосед

    De buurman helpt ons vaak.

  • de buurtA1

    район, квартал

    Onze buurt is de laatste jaren veranderd.

  • de buurvrouwA1

    соседка

    De buurvrouw past op de kinderen.

  • het cadeauA1

    подарок

    Voor zijn verjaardag kreeg hij een mooi cadeau.

  • het centrumA1

    центр (города)

    Ik woon tien minuten van het centrum.

  • de champignonA1

    шампиньон

    In de saus zitten champignons.

  • de chocoladeA1

    шоколад

    Zij houdt van donkere chocolade.

  • de citroenA1

    лимон

    Doe wat citroen in het water.

  • de computerA1

    компьютер

    Mijn computer is heel langzaam.

  • het contactA1

    контакт, связь

    Ik heb nog geen contact met hem gehad.