Словарь
1493 слов · страница 4 из 60
balkonA2
балкон
Op het balkon staan planten.
banaanA1
банан
Wil je een banaan?
bandA2
шина, покрышка
Mijn band is lek.
bangA2
испуганный
Ik ben bang voor honden.
bankA2
банк
Ik heb een rekening bij deze bank.
bankafschriftB1
выписка со счёта
Op het bankafschrift zie je alle betalingen.
bankkostenB1
банковские комиссии
De bankkosten zijn dit jaar verhoogd.
bankrekeningA2
банковский счёт
Je hebt een bankrekening nodig voor je salaris.
batterijA1
батарейка
De batterij is leeg.
bedA1
кровать
Ik ga vroeg naar bed.
bedragA2
сумма
Het bedrag staat onderaan de rekening.
bedrijfA2
компания, фирма
Zij werkt bij een groot bedrijf.
bedrijfscultuurB1
корпоративная культура
De bedrijfscultuur hier is informeel.
bedrijfskledingA2
рабочая форма
De bedrijfskleding krijg je van je werkgever.
bedrijfsregelsA2
правила компании
Lees de bedrijfsregels op je eerste werkdag.
bedrijfsuitjeA2
корпоративный выезд
Volgende maand is het bedrijfsuitje.
beenA1
нога
Hij heeft zijn been gebroken.
begeleidingB1
сопровождение, поддержка
Hij krijgt begeleiding van een psycholoog.
begroeiingB1
растительность
Langs de sloot staat dichte begroeiing.
begrotingB1
бюджет, смета
We hebben een begroting gemaakt voor de verbouwing.
behandelafspraakB1
запись на процедуру
Mijn behandelafspraak is volgende week dinsdag.
behandelingB1
лечение
De behandeling duurt zes weken.
behandelplanB1
план лечения
De arts stelde een behandelplan op.
belA1
звонок (дверной)
De bel doet het niet.
belastingA2
налог
Je moet elk jaar belasting aangeven.

