Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

1768 слов · страница 39 из 71

  • het ongelukA2

    несчастный случай

    Het ongeluk gebeurde op de trap.

  • het ontbijtA2

    завтрак

    Ik sla het ontbijt nooit over.

  • de ontmoetingsplekB1

    место встреч

    Het buurthuis is een belangrijke ontmoetingsplek.

  • de ontspanningB1

    расслабление, отдых

    Lezen is voor mij pure ontspanning.

  • de ontvangerB1

    получатель

    De ontvanger van de brief was verhuisd.

  • het ontwerpA2

    дизайн, проект

    Het ontwerp won een prijs.

  • de ontwikkelingA1

    развитие

    Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.

  • de onzinA2

    чепуха, ерунда

    Wat hij zegt, is complete onzin.

  • het oogA1

    глаз

    Er zit iets in mijn oog.

  • de oogartsA2

    офтальмолог

    De huisarts stuurde mij naar de oogarts.

  • de oogstB1

    урожай

    De oogst viel dit jaar tegen.

  • de oomA1

    дядя

    Mijn oom woont in Duitsland.

  • het oorA1

    ухо

    Mijn oor doet pijn.

  • de oorlogA2

    война

    Mijn grootvader heeft de oorlog als kind meegemaakt.

  • de oorpijnA2

    боль в ухе

    Het kind heeft oorpijn.

  • de oorzaakB1

    причина (чего-то)

    De politie onderzoekt de oorzaak van de brand.

  • het oostenA2

    восток

    De zon komt op in het oosten.

  • de opaA1

    дедушка

    Mijn opa vertelt graag verhalen.

  • de opdrachtA2

    задание, поручение

    Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.

  • de openingB1

    открытие (церемония)

    Bij de opening van de nieuwe bibliotheek was de burgemeester.

  • de operatieA2

    операция

    De operatie is goed gegaan.

  • de opleidingA2

    образование, обучение

    Welke opleiding heb je gedaan?

  • de opleidingsduurB1

    срок обучения

    De opleidingsduur is twee jaar.

  • de oplossingA2

    решение

    Er is vast een oplossing.

  • de opmerkingB1

    замечание

    Heeft iemand nog een opmerking?