Словарь
5046 слов · страница 36 из 202
cursusinhoudB1
содержание курса
De cursusinhoud staat in de brochure.
cursusleiderA2
руководитель курса
De cursusleider legt het programma uit.
cursusmapA2
папка с материалами курса
Neem je cursusmap mee naar de les.
cursusniveauA2
уровень курса
Op welk cursusniveau zit jij?
cursusroosterB1
расписание курса
Het cursusrooster staat online.
cvA2
резюме
Stuur je cv mee met de sollicitatie.
cyberveiligheidB2
кибербезопасность
Cyberveiligheid is een nationale prioriteit.
daadkrachtB2
решительность в действиях
Het plan vraagt om daadkracht.
daarA1
там
Daar staat mijn fiets.
daar ben ik het mee eensB2
я с этим согласен
Daar ben ik het helemaal mee eens.
daar ben ik het niet mee eensB2
я с этим не согласен
Daar ben ik het niet mee eens, en wel hierom.
daarentegenB2
напротив, зато
Hij werkt langzaam; zij daarentegen is heel snel.
daarnaA2
после этого
Eerst eten we, daarna gaan we wandelen.
daarnaastA2
кроме того
Daarnaast volg ik een cursus.
daaromA2
поэтому
Het regende, daarom bleef ik thuis.
dagA1
день
Elke dag ga ik naar mijn werk.
dagbestedingB2
дневная занятость
Hij gaat drie dagen per week naar de dagbesteding.
dagbladB2
ежедневная газета
Het dagblad verschijnt zes keer per week.
dagelijksA1
ежедневно
Ik oefen dagelijks een half uur.
dakA2
крыша
Het dak lekt bij zware regen.
dakconstructieB2
конструкция крыши
De dakconstructie moet vernieuwd worden.
dakloosheidB2
бездомность
Dakloosheid neemt ook onder jongeren toe.
dalB2
долина
In het dal is het warmer.
dalingB2
снижение, падение
Na de piek volgde een scherpe daling.
danA1
потом, тогда
Eerst eten, dan afwassen.

