Словарь
1768 слов · страница 36 из 71
het middelB1
средство
Dit middel helpt goed tegen hoofdpijn.
het middenA2
середина, центр
In het midden van de kamer staat een tafel.
de middernachtA1
полночь
De trein rijdt tot middernacht.
het milieuA2
окружающая среда
Deze maatregel is beter voor het milieu.
de milieuzoneB1
экологическая зона
Oude auto's mogen de milieuzone niet in.
het minimumloonA2
минимальная зарплата
Hij verdient het minimumloon.
de ministerA1
министр
De minister legde het beleid uit.
het ministerieA2
министерство
Het ministerie van Onderwijs reageerde snel.
de minuutA1
минута
Wacht even, nog één minuut.
de misdaadB1
преступление
De politie doet alles om misdaad in de wijk te voorkomen.
de mistB1
туман
Door de mist reden de auto's langzaam.
het misverstandB1
недоразумение
Het was gewoon een misverstand.
de mobielA2
мобильный (телефон)
Mag ik even je mobiel gebruiken om te bellen?
het modelB1
модель
Dit model fiets is licht en niet duur.
de moederA1
мать
Mijn moeder woont in Utrecht.
de moeiteB1
усилие; трудность
Ik heb moeite met het lezen van lange teksten.
de mogelijkheidA2
возможность
Er is nog een andere mogelijkheid.
het momentA1
момент
Een moment, ik kom eraan.
de mondA1
рот
Doe je mond open, zegt de tandarts.
het monumentA2
памятник
Dit pand is een beschermd monument.
de motivatieB1
мотивация
Schrijf in je brief iets over je motivatie.
de motorA2
мотор, двигатель; мотоцикл
De motor van de auto maakt een raar geluid.
de mouwA2
рукав
Er zit een gat in de mouw van mijn jas.
de muntA2
монета
Heb je een munt van twee euro?
мята
In de thee zit verse munt uit de tuin.
het muntgeldA2
монеты
Voor de kar heb je muntgeld nodig.

