Словарь
1768 слов · страница 33 из 71
het lidmaatschapB1
членство
Het lidmaatschap kost dertig euro per jaar.
het liedA2
песня
De kinderen zingen een lied voor hun juf.
de liefdeA2
любовь
Hij schreef een brief vol liefde aan zijn vrouw.
de liftA2
лифт
De lift is kapot.
de lijnA2
линия; маршрут (автобуса)
Neem lijn vier richting het station.
de lijstA2
список
Zet het op de lijst.
de limonadeA1
лимонад
De kinderen krijgen limonade.
de linkA2
ссылка
Ik stuur je straks de link naar de website.
de lipA1
губа
Mijn lippen zijn droog van de kou.
de literA2
литр
We hebben een liter melk nodig.
de locatieB1
место (проведения)
De cursus vindt plaats op een nieuwe locatie.
lokaalB1
местный
De lokale krant schrijft veel over onze buurt.
het lokaal
класс, аудитория
Het examen is in lokaal twaalf op de eerste verdieping.
het loketA2
окно приёма, стойка
Meld u bij loket drie.
de longA1
лёгкое
Roken is slecht voor je longen.
het loonA2
заработная плата
Het loon wordt per week uitbetaald.
de loonbelastingB1
подоходный налог с зарплаты
De loonbelasting wordt direct ingehouden.
de loonstrookB1
расчётный листок
Op je loonstrook zie je de inhoudingen.
de loopbaanB1
карьера
Hij denkt na over een andere loopbaan.
het loopbaanadviesB1
карьерная консультация
Ik heb loopbaanadvies aangevraagd.
de luchtA2
воздух; небо
Na de regen is de lucht weer blauw.
de luchtdrukB1
атмосферное давление
Een lage luchtdruk betekent vaak slecht weer.
de luchthavenA2
аэропорт
Schiphol is de grootste luchthaven van Nederland.
de luchtkwaliteitB1
качество воздуха
In de stad is de luchtkwaliteit slechter.
de luciferA1
спичка
Heb je een lucifer?
de luistervaardigheidB1
навык аудирования
Voor luistervaardigheid oefen ik met podcasts.

