Словарь
1493 слов · страница 33 из 60
omaA1
бабушка
Mijn oma is tachtig jaar.
omleidingB1
объезд
Er is een omleiding vanwege wegwerkzaamheden.
onderhoudA2
обслуживание, уход
Het onderhoud van de tuin kost tijd.
onderwerpA2
тема
Dat is een moeilijk onderwerp.
onderzoekB1
обследование, исследование
Het onderzoek liet niets bijzonders zien.
onderzoeksuitslagB1
результат обследования
De onderzoeksuitslag komt over een week.
ontbijtA2
завтрак
Ik sla het ontbijt nooit over.
ontmoetingsplekB1
место встреч
Het buurthuis is een belangrijke ontmoetingsplek.
ontspanningB1
расслабление, отдых
Lezen is voor mij pure ontspanning.
ontvangerB1
получатель
De ontvanger van de brief was verhuisd.
ontwikkelingB1
развитие
Er is ruimte voor persoonlijke ontwikkeling.
oogA1
глаз
Er zit iets in mijn oog.
oogartsA2
офтальмолог
De huisarts stuurde mij naar de oogarts.
oogstB1
урожай
De oogst viel dit jaar tegen.
oomA1
дядя
Mijn oom woont in Duitsland.
oorA1
ухо
Mijn oor doet pijn.
oorpijnA2
боль в ухе
Het kind heeft oorpijn.
opaA1
дедушка
Mijn opa vertelt graag verhalen.
opdrachtA2
задание, поручение
Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.
operatieA2
операция
De operatie is goed gegaan.
opleidingB1
образование, обучение
Welke opleiding heb je gedaan?
opleidingsadviesB1
рекомендация по обучению
Ik kreeg een positief opleidingsadvies.
opleidingsduurB1
срок обучения
De opleidingsduur is twee jaar.
oplossingA2
решение
Er is vast een oplossing.
opmerkingB1
замечание
Heeft iemand nog een opmerking?

