Словарь
2021 слов · страница 32 из 81
kinA1
подбородок
Hij stootte zijn kin bij het vallen.
kindA1
ребёнок
Het kind speelt in de tuin.
kinderbijslagB1
детское пособие
Ouders krijgen elk kwartaal kinderbijslag.
kipA1
курица
Ik eet liever kip dan rundvlees.
klaarA2
готов
Het eten is klaar.
klaarmakenA2
приготовить
Ik maak het eten klaar.
klachtB1
жалоба, симптом
Vertel de arts precies wat uw klachten zijn.
klachtbriefB1
письмо с жалобой
Ik heb een klachtbrief naar het bedrijf gestuurd.
klachtenformulierB1
бланк жалобы
Vul eerst het klachtenformulier in.
klachtenprocedureB1
процедура подачи жалоб
Elke organisatie heeft een klachtenprocedure.
klachtenrechtB1
право на жалобу
U hebt klachtenrecht bij elke instantie.
klagenB1
жаловаться
De buren klagen over het lawaai.
klantA2
клиент, покупатель
De klant heeft altijd gelijk.
klantcontactB1
работа с клиентами
In deze functie heb je veel klantcontact.
klantenkaartA2
карта постоянного клиента
Met een klantenkaart spaar je punten.
klantenserviceA2
служба поддержки
Bel de klantenservice als het niet werkt.
klantgerichtB1
клиентоориентированный
Wij werken klantgericht.
klasgenootA2
одноклассник
Mijn klasgenoot komt uit Syrië.
klaslokaalA2
классная комната
Het klaslokaal is op de tweede verdieping.
kleinA1
маленький
Mijn kamer is klein maar gezellig.
kleindochterA1
внучка
Zijn kleindochter gaat al naar school.
kleinkindA1
внук, внучка
Zij heeft drie kleinkinderen.
kleinzoonA1
внук
Haar kleinzoon is net geboren.
klerenA1
одежда
Ik koop nieuwe kleren.
kleurA1
цвет
Welke kleur vind je mooi?

