Словарь
1493 слов · страница 32 из 60
natuurwandelingB1
прогулка на природе
Zondag maken we een natuurwandeling.
nazorgB1
последующий уход
Na de operatie krijgt u nazorg thuis.
neefA1
двоюродный брат, племянник
Mijn neef is even oud als ik.
neerslagB1
осадки
Er wordt veel neerslag verwacht.
nekA1
шея
Ik heb een stijve nek.
netjesA1
аккуратный, опрятный
Je kamer ziet er netjes uit.
neusA1
нос
Mijn neus is verstopt.
nichtA1
двоюродная сестра, племянница
Mijn nicht woont in Rotterdam.
nierA1
почка
Hij heeft problemen met zijn nieren.
niveauB1
уровень
Op welk niveau zit je nu?
nogmaalsA1
ещё раз
Nogmaals bedankt voor je hulp.
nootA1
орех
Ik ben allergisch voor noten.
notitieB1
заметка
Ik maakte een notitie tijdens het gesprek.
novemberA1
ноябрь
November is een donkere maand.
nummerA1
номер
Wat is je telefoonnummer?
ochtendA1
утро
In de ochtend drink ik koffie.
oefenexamenB1
пробный экзамен
Maak eerst een oefenexamen.
oefeningA2
упражнение
Maak oefening drie op bladzijde tien.
oefenmateriaalB1
материалы для тренировки
Er is genoeg oefenmateriaal online beschikbaar.
oefenopdrachtB1
тренировочное задание
Maak de oefenopdracht voor volgende week.
oefentoetsA2
пробный тест
Maak eerst een oefentoets.
oefenzinB1
тренировочное предложение
Maak bij elk woord een oefenzin.
oktoberA1
октябрь
In oktober vallen de bladeren.
olieA2
масло (растительное)
Bak het in een beetje olie.
olijfA1
олива, маслина
Wil je olijven bij de borrel?

