Словарь
425 слов · страница 3 из 17
bereidenA2
готовить (блюдо)
Dit gerecht is makkelijk te bereiden.
bereikenA2
достигать; связаться
Je kunt mij het beste per mail bereiken.
berustenB2
смиряться
Uiteindelijk berustte hij in de situatie.
besluitenA2
решать
We hebben besloten te verhuizen.
besprekenB1
обсуждать
Dat bespreken we morgen in de vergadering.
bestaanA2
существовать
Zo'n regel bestaat hier niet.
bestellenA2
заказывать
Zullen we pizza bestellen?
bestrijdenB2
оспаривать
Hij bestrijdt die conclusie met cijfers.
betalenA2
платить
Kan ik met pin betalen?
betekenenA2
означать
Wat betekent dit woord?
betogenB2
доказывать, аргументировать
De auteur betoogt dat het anders moet.
betreurenB2
сожалеть
Wij betreuren deze beslissing.
bevestigenB1
подтверждать
Kunt u de afspraak per mail bevestigen?
bewarenA2
хранить
Bewaar deze brief goed.
bewegenB1
двигаться
Probeer elke dag genoeg te bewegen.
bewerenB2
утверждать
Hij beweert dat hij niets wist.
bewonderenB2
восхищаться
Ik bewonder zijn doorzettingsvermogen.
bezoekenA2
посещать
We bezoeken zondag mijn ouders.
bezorgenA2
доставлять
Ze bezorgen het pakket morgen.
bijkomenB1
приходить в себя
Ik ben nog aan het bijkomen van de reis.
blijvenA2
оставаться
Blijf je vanavond eten?
blokkerenB2
блокировать
Zij blokkeerde het account meteen.
blozenB2
краснеть
Zij bloosde bij het compliment.
bradenB2
жарить
Braad het vlees kort aan.
brengenA2
приносить, отвозить
Ik breng de kinderen naar school.

