Словарь
1493 слов · страница 3 из 60
appartementA2
квартира
Zij huurt een klein appartement.
appelA1
яблоко
Ik neem een appel mee naar mijn werk.
aprilA1
апрель
In april bloeien de bloemen.
arbeidsconflictB1
трудовой конфликт
Bij een arbeidsconflict kun je hulp vragen.
arbeidscontractB1
трудовой контракт
Mijn arbeidscontract loopt tot december.
arbeidsduurB1
продолжительность рабочего времени
De arbeidsduur is 36 uur per week.
arbeidsovereenkomstA2
трудовой договор
De arbeidsovereenkomst is voor een jaar.
arbeidsprocesB1
трудовой процесс
Het hele arbeidsproces is opnieuw ingericht.
arbeidsverzuimB1
невыход на работу
Het arbeidsverzuim is dit kwartaal laag.
arbeidsvoorwaardenB1
условия труда
De arbeidsvoorwaarden zijn goed geregeld.
armA1
рука
Mijn arm is stijf.
augustusA1
август
Augustus is vaak de warmste maand.
autoA1
машина
Onze auto staat voor de deur.
autoverhuurB1
аренда автомобиля
Bij de autoverhuur heb je je rijbewijs nodig.
autoverzekeringB1
автострахование
Een autoverzekering is wettelijk verplicht.
avondA1
вечер
's Avonds kijk ik televisie.
avondetenA2
ужин
Het avondeten is om zes uur.
azijnA1
уксус
Doe wat azijn in de salade.
baanA2
работа
Zij heeft een nieuwe baan gevonden.
baasA2
начальник
Mijn baas is vandaag afwezig.
babyA1
младенец
De baby slaapt nu.
badkamerA1
ванная
De badkamer is boven.
badkuipA2
ванна
In deze badkamer staat geen badkuip.
bagageA2
багаж
Laat je bagage niet alleen achter.
bakkerA2
пекарня, пекарь
Ik haal brood bij de bakker.

