Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

1493 слов · страница 29 из 60

  • luchtkwaliteitB1

    качество воздуха

    In de stad is de luchtkwaliteit slechter.

  • luciferA1

    спичка

    Heb je een lucifer?

  • luisteroefeningB1

    упражнение на аудирование

    We beginnen met een luisteroefening.

  • luisterstrategieB1

    стратегия аудирования

    Een goede luisterstrategie helpt bij het examen.

  • luistervaardigheidB1

    навык аудирования

    Voor luistervaardigheid oefen ik met podcasts.

  • lunchA1

    обед

    De lunch is om half een.

  • maagA1

    желудок

    Ik heb last van mijn maag.

  • maaltijdA2

    приём пищи

    Dit is de belangrijkste maaltijd van de dag.

  • maandA1

    месяц

    Volgende maand ga ik op vakantie.

  • maandagA1

    понедельник

    Op maandag begin ik om negen uur.

  • maandbedragA2

    ежемесячная сумма

    Het maandbedrag is 45 euro.

  • maandelijksA1

    ежемесячно

    De huur betaal je maandelijks.

  • maandlastenB1

    ежемесячные расходы

    Mijn maandlasten zijn dit jaar gestegen.

  • maartA1

    март

    De cursus start in maart.

  • maatA2

    размер

    Heeft u dit in een grotere maat?

  • magnetronA2

    микроволновка

    Warm het even op in de magnetron.

  • manA1

    мужчина

    Die man werkt in de winkel.

  • manierA2

    способ

    Dat is een handige manier om te oefenen.

  • marktA2

    рынок

    Op zaterdag is er markt op het plein.

  • matrasA1

    матрас

    Dit matras is te zacht voor mij.

  • mededelingB1

    объявление, уведомление

    Er hangt een mededeling op het prikbord.

  • medestudentA2

    однокурсник

    Ik oefen samen met een medestudent.

  • medicatieB1

    медикаменты

    Neem uw medicatie mee naar het gesprek.

  • medicijnA2

    лекарство

    Neem dit medicijn twee keer per dag.

  • medicijnkastB1

    аптечка

    Bewaar medicijnen in de medicijnkast.