Словарь
1053 слов · страница 29 из 43
de regeringA1
правительство
De regering viel na een jaar.
de reisA2
поездка
De reis duurt twee uur.
de reisduurA2
продолжительность поездки
De reisduur is ongeveer 45 minuten.
de reiskostenA2
расходы на проезд
De reiskosten worden vergoed.
de reistijdA2
время в пути
De reistijd is ongeveer een uur.
de reisverzekeringA2
туристическая страховка
Sluit een reisverzekering af voor je vakantie.
de rekeningA2
счёт
De rekening komt volgende week.
het rekeningnummerA2
номер счёта
Geef je rekeningnummer door.
de relatieA1
отношения
Hun relatie is de laatste jaren verbeterd.
de renteA2
процент (по вкладу)
De rente op de spaarrekening is laag.
de reparatieA2
ремонт
De reparatie wordt door de verhuurder betaald.
de republiekA2
республика
Sommigen pleiten voor een republiek.
het respectA2
уважение
Met respect kom je verder dan met macht.
de restA2
остаток, остальное
De rest van de dag blijf ik lekker thuis.
het restaurantA2
ресторан
We gaan uit eten in een Italiaans restaurant.
het restjeA2
остатки еды
Van de restjes maak ik morgen soep.
het resultaatA1
результат
Het resultaat viel tegen.
de retourzendingA2
возврат товара
De retourzending is gratis.
de richtingA2
направление
Je moet de andere richting op.
de rijA2
очередь
Er staat een lange rij bij de kassa.
de rijstA1
рис
We eten vanavond rijst met groente.
de ringA2
кольцо
Hij kocht een gouden ring voor zijn vriendin.
de rivierA2
река
De rivier loopt door de stad.
de rokA1
юбка
Ze draagt vandaag een lange blauwe rok.
de rommelA1
беспорядок
Wat een rommel in deze kamer!

