Словарь
1493 слов · страница 28 из 60
lesuurA2
учебный час
Een lesuur duurt vijftig minuten.
lesvoorbereidingB1
подготовка к уроку
De lesvoorbereiding kost de docent veel tijd.
letterA1
буква
Schrijf je naam met grote letters.
levenA1
жизнь; жить
Het leven hier is heel anders.
leveringA2
доставка
De levering duurt drie werkdagen.
levertijdA2
срок доставки
De levertijd is drie werkdagen.
lichaamA1
тело
Beweging is goed voor je lichaam.
lichaamsbewegingB1
физическая активность
Dagelijkse lichaamsbeweging is belangrijk.
lichtA1
свет
Doe het licht even aan.
lidmaatschapB1
членство
Het lidmaatschap kost dertig euro per jaar.
liftA2
лифт
De lift is kapot.
lijstA2
список
Zet het op de lijst.
limonadeA1
лимонад
De kinderen krijgen limonade.
lipA1
губа
Mijn lippen zijn droog van de kou.
literA2
литр
We hebben een liter melk nodig.
loketmedewerkerB1
сотрудник окна приёма
De loketmedewerker hielp mij met het formulier.
longA1
лёгкое
Roken is slecht voor je longen.
loonA2
заработная плата
Het loon wordt per week uitbetaald.
loonbelastingB1
подоходный налог с зарплаты
De loonbelasting wordt direct ingehouden.
loonstrookB1
расчётный листок
Op je loonstrook zie je de inhoudingen.
loopbaanB1
карьера
Hij denkt na over een andere loopbaan.
loopbaanadviesB1
карьерная консультация
Ik heb loopbaanadvies aangevraagd.
loopbaanstapB1
шаг в карьере
Deze functie is een mooie loopbaanstap.
luchtdrukB1
атмосферное давление
Een lage luchtdruk betekent vaak slecht weer.
luchthavenA2
аэропорт
Schiphol is de grootste luchthaven van Nederland.

