Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

804 слов · страница 27 из 33

  • tijdA1

    время

    Ik heb geen tijd vandaag.

  • tijdstipA2

    момент времени

    Wat is een handig tijdstip voor jou?

  • toeslagA2

    пособие, надбавка

    Je kunt huurtoeslag aanvragen.

  • toiletA1

    туалет

    Waar is het toilet?

  • tomaatA1

    помидор

    Doe een tomaat in de salade.

  • tongA1

    язык (орган)

    Steek uw tong uit, zegt de dokter.

  • touwA1

    верёвка

    Bind de doos vast met touw.

  • tramA2

    трамвай

    Neem tram 4 naar het centrum.

  • trapA1

    лестница

    De trap is erg steil.

  • treinA2

    поезд

    De trein naar Amsterdam vertrekt zo.

  • treinkaartjeA2

    билет на поезд

    Koop je treinkaartje van tevoren.

  • treinreisA2

    поездка на поезде

    De treinreis duurt anderhalf uur.

  • treinstoringA2

    сбой в движении поездов

    Door een treinstoring reden er geen treinen.

  • tuinA1

    сад

    We hebben een kleine tuin achter het huis.

  • tuinonderhoudA2

    уход за садом

    Het tuinonderhoud doen we zelf.

  • tuinpadA1

    садовая дорожка

    Het tuinpad ligt vol bladeren.

  • tuinstoelA1

    садовый стул

    De tuinstoelen staan in de schuur.

  • tunnelA2

    туннель

    Door de tunnel ben je er sneller.

  • tweedehandsA2

    подержанный

    Ik heb mijn fiets tweedehands gekocht.

  • tweelingA1

    близнецы

    Zij heeft een tweeling gekregen.

  • uiA1

    лук

    Van een ui moet ik huilen.

  • uitgaveA2

    трата, расход

    Dit is een grote uitgave voor ons.

  • uitspraakA2

    произношение

    Je uitspraak is al veel beter.

  • uitverkochtA2

    распродано

    Die maat is helaas uitverkocht.

  • uitverkoopA2

    распродажа

    In januari is er uitverkoop.