Словарь
1053 слов · страница 27 из 43
de pindakaasA1
арахисовая паста
Pindakaas is populair in Nederland.
de pinpasA2
банковская карта
Mijn pinpas werkt niet meer.
de pizzaA1
пицца
Vanavond bestellen we pizza.
de plaatsA1
место
Is deze plaats vrij?
het plafondA1
потолок
Het plafond is net geverfd.
het planA1
план
Wat is het plan voor morgen?
de plantA1
растение
Vergeet de planten niet water te geven.
het plasticA2
пластик
Plastic gooien we bij ons in een aparte zak.
het pleinA1
площадь
Op het plein is elke week markt.
de plekA2
место (конкретное)
Is deze plek naast u nog vrij?
het plezierA2
удовольствие, радость
De kinderen hebben veel plezier in het zwembad.
de ploegendienstA2
сменная работа
Hij werkt in ploegendienst.
de plotselingA2
внезапно
Plotseling begon het te regenen.
de politieA1
полиция
Na het ongeluk belde ik meteen de politie.
de polsA1
запястье
Ik heb mijn pols verstuikt.
пульс
De verpleegkundige voelt eerst je pols.
de portemonneeA1
кошелёк
Mijn portemonnee zit in mijn tas.
de portieA2
порция
Dat is een grote portie.
de postA2
почта
Ik heb vandaag een brief van de gemeente met de post gekregen.
de postzegelA1
марка
Je hebt een postzegel nodig voor deze brief.
de preiA1
лук-порей
Doe wat prei in de soep.
de prijsA1
цена
De prijs staat op het etiket.
приз, награда
Zij heeft de eerste prijs gewonnen met haar verhaal.
het prijskaartjeA2
ценник
Er zit geen prijskaartje op.
de prijslijstA2
прейскурант
De prijslijst hangt bij de ingang.
de prijsvergelijkingA2
сравнение цен
Doe eerst een prijsvergelijking online.
de prijsverhogingA2
повышение цены
Er komt een prijsverhoging van vijf procent.

