Словарь
1053 слов · страница 25 из 43
het oorA1
ухо
Mijn oor doet pijn.
de oorlogA2
война
Mijn grootvader heeft de oorlog als kind meegemaakt.
de oorpijnA2
боль в ухе
Het kind heeft oorpijn.
het oostenA2
восток
De zon komt op in het oosten.
de opaA1
дедушка
Mijn opa vertelt graag verhalen.
de opdrachtA2
задание, поручение
Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.
de operatieA2
операция
De operatie is goed gegaan.
de opleidingA2
образование, обучение
Welke opleiding heb je gedaan?
de oplossingA2
решение
Er is vast een oplossing.
de opnameA2
запись
De opname van het gesprek duurt tien minuten.
снятие денег
Voor elke opname bij een andere bank betaal je kosten.
optredenA2отделяемыйнеправильный
trad op · traden op · hebben opgetreden
выступать
De band treedt zaterdag op.
het optreden
выступление
Het optreden van de band duurde twee uur.
de oudersA1
родители
Mijn ouders wonen nog in Polen.
de ovenA2
духовка
Zet de oven op 180 graden.
de ovenschaalA2
форма для запекания
Doe alles in een ovenschaal.
de overheidA1
государство, власти
De overheid heeft nieuwe regels aangekondigd.
het overhemdA2
рубашка (с воротником)
Voor het feest trek ik een wit overhemd aan.
de overurenA2
сверхурочные часы
Deze week heb ik veel overuren gemaakt.
het overzichtA2
обзор, сводка
Hier is een overzicht van de kosten.
het paarA1
пара, несколько
Ik blijf nog een paar dagen.
het paardA2
лошадь
Het paard graast in de wei.
het padA2
тропинка
Volg het smalle pad door het bos.
de paginaA2
страница (в т.ч. веб-)
Open je boek op pagina vijftig.
het pakA2
костюм; пачка, пакет
Hij draagt een donker pak naar de bruiloft.
het pakjeA1
посылка, пачка
Er ligt een pakje voor je bij de buren.
de panA2
кастрюля, сковорода
Doe de groente in de pan.

