Словарь
2021 слов · страница 23 из 81
gevenA1
давать
Geef mij het zout, alsjeblieft.
gevolgA2
последствие
Dat heeft grote gevolgen voor ons.
gewichtB1
вес
Hij is de laatste tijd op gewicht gebleven.
gewondA2
раненый
Bij het ongeluk raakte niemand gewond.
gewoonteA2
привычка
Vroeg opstaan is een goede gewoonte.
gezelligB1
уютный, приятный
Het was een gezellige avond.
gezelligheidB1
уют, приятная атмосфера
Ik kom vooral voor de gezelligheid.
gezelschapB1
компания, общество
Hij houdt van gezelschap.
gezelschapsspelB1
настольная игра
's Avonds doen we een gezelschapsspel.
gezichtA1
лицо
Was je gezicht met koud water.
gezinA1
семья (домохозяйство)
Ons gezin bestaat uit vier personen.
gezondA2
здоровый
Hij eet heel gezond.
gezondheidB1
здоровье
Zorg goed voor je gezondheid.
gezondheidsadviesB1
рекомендация по здоровью
Vraag je huisarts om gezondheidsadvies.
gezondheidscentrumB1
медицинский центр
In het gezondheidscentrum zitten meerdere huisartsen.
gezondheidscheckB1
медосмотр
Mijn werkgever betaalt een jaarlijkse gezondheidscheck.
gezondheidsklachtB1
жалоба на здоровье
Meld gezondheidsklachten altijd bij je huisarts.
gezondheidstoestandA2
состояние здоровья
Zijn gezondheidstoestand is stabiel.
gezondheidsvoorlichtingB1
просвещение по здоровью
Scholen geven gezondheidsvoorlichting.
gipsA2
гипс
Zijn arm zit zes weken in het gips.
gisterenA1
вчера
Gisteren was ik ziek.
glasA1
стакан
Mag ik een glas water?
goedA1
хороший
Het gaat goed met mij.
goedemorgenA1
доброе утро
Goedemorgen, komt u binnen.
goedenavondA1
добрый вечер
Goedenavond, komt u binnen.

