Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

612 слов · страница 23 из 25

  • waarA1

    где

    Waar woon je?

  • waaromA1

    почему

    Waarom kom je niet?

  • wandelenA1

    гулять

    We gaan zondag wandelen.

  • wangA1

    щека

    Haar wangen zijn rood van de kou.

  • wanneerA1

    когда

    Wanneer begint de les?

  • wantA1

    потому что

    Ik blijf thuis, want ik ben ziek.

  • warmA1

    тёплый, горячий

    De soep is nog warm.

  • wasmandA1

    корзина для белья

    De vuile kleren liggen in de wasmand.

  • watA1

    что

    Wat doe je?

  • waterA1

    вода

    Drink veel water op een warme dag.

  • weekA1

    неделя

    Deze week werk ik thuis.

  • weekdagA1

    будний день

    Op weekdagen sta ik vroeg op.

  • weekendA1

    выходные

    In het weekend werk ik niet.

  • wegA1

    дорога

    Deze weg gaat naar het centrum.

  • weinigA1

    мало

    Ik heb weinig tijd.

  • wekelijksA1

    еженедельно

    De les is wekelijks op dinsdag.

  • welkeA1

    какой

    Welke bus moet ik nemen?

  • welkomA1

    добро пожаловать

    Welkom bij ons thuis!

  • wereldA1

    мир

    Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.

  • werkA1

    работа

    Ik ga om acht uur naar mijn werk.

  • werkenA1

    работать

    Zij werkt in een ziekenhuis.

  • wetenA1

    знать

    Ik weet het niet.

  • wieA1

    кто

    Wie is dat?

  • willenA1

    хотеть

    Ik wil graag koffie.

  • winterA1

    зима

    De winter is hier nat en koud.