Словарь
1493 слов · страница 20 из 60
hobbymateriaalB1
материалы для хобби
Al mijn hobbymateriaal ligt op zolder.
hobbyruimteB1
комната для хобби
Hij heeft een hobbyruimte in de schuur.
hoekA1
угол
De bakker zit om de hoek.
hoelangA1
как долго
Hoelang woon je al in Nederland?
hoestdrankA2
сироп от кашля
Neem 's avonds wat hoestdrank.
hoeveelA1
сколько
Hoeveel kost dit?
hoeveelheidA2
количество
Gebruik een kleine hoeveelheid zout.
hongerA1
голод
Ik heb honger.
honingA1
мёд
Doe wat honing in je thee.
hoofdA1
голова
Mijn hoofd doet pijn.
hoofdgerechtA2
основное блюдо
Het hoofdgerecht was vis met groente.
hoofdpijnA2
головная боль
Ik heb de hele dag hoofdpijn.
hoogwaterB1
высокая вода, прилив
Bij hoogwater staan de dijken onder druk.
horlogeA1
наручные часы
Mijn horloge loopt achter.
houdbaarA2
годный (до срока)
De melk is nog twee dagen houdbaar.
houdbaarheidsdatumA2
срок годности
Kijk even naar de houdbaarheidsdatum.
huidA1
кожа
Bescherm je huid tegen de zon.
huisA1
дом
Ik woon in een klein huis.
huisapotheekA2
домашняя аптечка
Zorg voor een goede huisapotheek.
huisartsB1
терапевт, семейный врач
Je gaat eerst naar de huisarts.
huisartsassistenteA2
медсестра терапевта
De huisartsassistente maakt de afspraak.
huisartsenpostA2
дежурная служба врачей
's Avonds belt u de huisartsenpost.
huisbaasA2
арендодатель
Ik heb de huisbaas gebeld over de kraan.
huisgenootA1
сосед по квартире
Mijn huisgenoot kookt vanavond.
huisregelsA2
правила проживания
Lees de huisregels van het gebouw.

