Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

396 слов · страница 2 из 16

  • bezoekA1

    гости, визит

    We krijgen vanavond bezoek.

  • blauwA1

    синий

    De lucht is vandaag blauw.

  • bloemkoolA1

    цветная капуста

    Vanavond eten we bloemkool.

  • boekA1

    книга

    Ik lees elke avond een boek.

  • boonA1

    фасоль, боб

    Er staan bonen op het menu.

  • bordA1

    тарелка

    Zet de borden op tafel.

  • borstA1

    грудь

    Hij voelt pijn op zijn borst.

  • boterA1

    масло

    Doe wat boter op je brood.

  • boterhamA1

    бутерброд

    Ik neem twee boterhammen mee.

  • breedA1

    широкий

    Dit is een brede straat.

  • briefA1

    письмо

    Ik heb een brief van de gemeente gekregen.

  • brievenbusA1

    почтовый ящик

    Er zit post in de brievenbus.

  • brilA1

    очки

    Zonder bril zie ik niets.

  • broekA1

    брюки

    Deze broek is te lang.

  • broerA1

    брат

    Mijn broer woont in België.

  • broodA1

    хлеб

    Ik eet elke ochtend brood.

  • bruinA1

    коричневый

    Ik eet liever bruin brood.

  • buikA1

    живот

    Ik heb buikpijn.

  • buitenlampA1

    наружный светильник

    De buitenlamp gaat automatisch aan.

  • buurmanA1

    сосед

    De buurman helpt ons vaak.

  • buurvrouwA1

    соседка

    De buurvrouw past op de kinderen.

  • champignonA1

    шампиньон

    In de saus zitten champignons.

  • chocoladeA1

    шоколад

    Zij houdt van donkere chocolade.

  • citroenA1

    лимон

    Doe wat citroen in het water.

  • computerA1

    компьютер

    Mijn computer is heel langzaam.