Словарь
58 слов · страница 2 из 3
lieverA1
лучше, предпочтительнее
Ik drink liever thee.
linksA1
налево
Sla bij de kerk links af.
meestalA2
обычно
Ik ga meestal met de fiets.
meteenA1
сразу
Ik kom er meteen aan.
misschienA2
может быть
Misschien kom ik later.
morgenA1
завтра
Morgen begin ik vroeg.
namelijkA2
дело в том, что
Ik kan niet komen, ik moet namelijk werken.
nergensA2
нигде
Ik kan het nergens vinden.
netA1
только что
Hij is net weggegaan.
nogA1
ещё
Ik ben nog niet klaar.
nooitA1
никогда
Ik drink nooit alcohol.
nuA1
сейчас
Ik heb nu geen tijd.
ongeveerA2
примерно
Het duurt ongeveer een uur.
opnieuwA2
заново, снова
Probeer het opnieuw.
overalA2
везде
Er liggen overal fietsen.
overmorgenA1
послезавтра
Overmorgen begint mijn vakantie.
rechtsA1
направо
De supermarkt is rechts van het station.
samenA1
вместе
We eten samen om zes uur.
somsA1
иногда
Soms neem ik de bus.
straksA1
скоро, попозже
Ik bel je straks even terug.
tegenwoordigA2
в наши дни
Tegenwoordig werk ik vaker thuis.
tochA2
всё же, всё-таки
Het was koud, maar we gingen toch.
trouwensA2
кстати
Trouwens, heb je die brief al gelezen?
vaakA1
часто
Ik ga vaak met de fiets.
vanavondA1
сегодня вечером
Vanavond blijf ik thuis.

