Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

1230 слов · страница 18 из 50

  • inkomenA2

    доход

    Zijn inkomen is dit jaar gestegen.

  • inloggenA2

    входить в аккаунт

    Log in met je e-mailadres.

  • inrichtenA2

    обставлять

    We moeten de woonkamer nog inrichten.

  • inschrijfgeldA2

    регистрационный взнос

    Het inschrijfgeld betaal je één keer.

  • instappenA2

    садиться (в транспорт)

    U kunt achterin instappen.

  • invullenA2

    заполнять

    Vul het formulier volledig in.

  • isolatieA2

    изоляция, утепление

    Betere isolatie verlaagt de energierekening.

  • jaarA1

    год

    Ik woon hier al drie jaar.

  • jaarlijksA1

    ежегодно

    Er is jaarlijks een buurtfeest.

  • jaloersA2

    завистливый, ревнивый

    Hij is een beetje jaloers op zijn broer.

  • jamA1

    джем, варенье

    Ik eet brood met jam.

  • januariA1

    январь

    Mijn cursus begint in januari.

  • jarigA1

    именинник

    Mijn zoon is vandaag jarig.

  • jasA1

    куртка

    Doe je jas aan, het is koud.

  • jongA1

    молодой

    Zij is nog heel jong.

  • jongenA1

    мальчик

    Die jongen is mijn zoon.

  • juliA1

    июль

    In juli gaan we op vakantie.

  • juniA1

    июнь

    In juni beginnen de examens.

  • jurkA1

    платье

    Ze kocht een nieuwe jurk voor het feest.

  • kaarsA1

    свеча

    Op tafel brandt een kaars.

  • kaartA1

    открытка; карта

    Ik stuur haar een kaart voor haar verjaardag.

  • kaartjeA2

    билет

    Ik heb mijn kaartje al gekocht.

  • kaasA1

    сыр

    Nederlandse kaas is bekend in de wereld.

  • kachelA1

    обогреватель, печь

    Zet de kachel wat hoger.

  • kamA1

    расчёска

    Mag ik je kam even lenen?