Словарь
5046 слов · страница 170 из 202
vaccinatieprogrammaB1
программа вакцинации
Kinderen krijgen prikken via het vaccinatieprogramma.
vaccinatieschemaB2
график прививок
Het vaccinatieschema begint bij twee maanden.
vaderA1
отец
Mijn vader kookt heel goed.
vakB1
предмет
Wiskunde is mijn favoriete vak.
vakantieB1
отпуск, каникулы
We gaan deze zomer op vakantie naar Spanje.
vakantieaanvraagA2
заявление на отпуск
Doe je vakantieaanvraag op tijd.
vakantieadresB1
адрес на время отпуска
Geef je vakantieadres door aan je buren.
vakantiebestemmingB1
место отдыха
Spanje is een populaire vakantiebestemming.
vakantiedagenA2
дни отпуска
Ik heb nog tien vakantiedagen over.
vakantiegeldB2
отпускные
Het vakantiegeld wordt in mei uitbetaald.
vakantieparkB1
база отдыха
We huren een huisje op een vakantiepark.
vakantieplanningB1
планирование отпуска
De vakantieplanning maken we in januari.
vakbekwaamheidB2
профессиональная компетентность
Vakbekwaamheid moet je regelmatig aantonen.
vakbondB2
профсоюз
De vakbond onderhandelt over de cao.
vakbondsactieB2
профсоюзная акция
De vakbondsactie legde het treinverkeer stil.
vakbondslidB2
член профсоюза
Als vakbondslid betaal je contributie.
vakdidactiekB2
методика преподавания предмета
Vakdidactiek is een belangrijk onderdeel van de lerarenopleiding.
vakdiplomaB2
профессиональный диплом
Voor dit beroep is een vakdiploma verplicht.
vakdocentB2
учитель-предметник
De vakdocent geeft alleen scheikunde.
vakgebiedB2
область знаний
Binnen haar vakgebied is zij een autoriteit.
vakkennisB2
профессиональные знания
Voor deze functie is diepgaande vakkennis nodig.
vakkenpakketB2
набор предметов
Je vakkenpakket bepaalt je vervolgopleiding.
vakliteratuurB2
профессиональная литература
In de vakliteratuur is hier veel over geschreven.
vakmanB2
мастер, специалист
Laat dit door een vakman doen.
vakmanschapB2
мастерство
Vakmanschap wordt in deze sector hoog gewaardeerd.

