Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

5046 слов · страница 15 из 202

  • begrotingsoverschotB2

    профицит бюджета

    Voor het eerst is er een begrotingsoverschot.

  • begrotingsruimteB2

    бюджетные возможности

    Er is dit jaar weinig begrotingsruimte.

  • begrotingstekortB2

    бюджетный дефицит

    Het begrotingstekort loopt op.

  • behandelaanbodB2

    перечень видов лечения

    Het behandelaanbod verschilt per ziekenhuis.

  • behandelafspraakB1

    запись на процедуру

    Mijn behandelafspraak is volgende week dinsdag.

  • behandelbeleidB2

    политика лечения

    Het behandelbeleid is landelijk afgesproken.

  • behandelduurB2

    длительность лечения

    De behandelduur verschilt per patiënt.

  • behandelingB1

    лечение

    De behandeling duurt zes weken.

  • behandelkostenB2

    стоимость лечения

    De behandelkosten worden deels vergoed.

  • behandelmethodeB2

    метод лечения

    Er bestaan meerdere behandelmethodes.

  • behandelplanB1

    план лечения

    De arts stelde een behandelplan op.

  • behandelresultaatB2

    результат лечения

    Het behandelresultaat was beter dan verwacht.

  • behandelrichtlijnB2

    клинические рекомендации

    Artsen volgen een landelijke behandelrichtlijn.

  • behandeltrajectB2

    курс лечения

    Het behandeltraject duurt gemiddeld een half jaar.

  • behandelverbodB2

    отказ от лечения

    Een behandelverbod moet schriftelijk zijn vastgelegd.

  • beheerstB2

    сдержанный

    Zij reageerde beheerst op de provocatie.

  • behulpzaamB2

    отзывчивый

    De buren zijn erg behulpzaam.

  • behulpzaamheidB2

    отзывчивость

    Zijn behulpzaamheid werd erg gewaardeerd.

  • bekkenB2

    таз

    Na de bevalling herstelt het bekken langzaam.

  • bekledingB2

    обивка

    De bekleding van de bank is versleten.

  • beklemmingB2

    гнетущее чувство

    Het verhaal riep een gevoel van beklemming op.

  • bekritiserenB2

    критиковать

    De pers bekritiseerde het besluit scherp.

  • bekwaamB1

    умелый, компетентный

    Zij is heel bekwaam in haar vak.

  • belA1

    звонок (дверной)

    De bel doet het niet.

  • belafspraakB2

    договорённость о звонке

    We maken een belafspraak voor dinsdag.