Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

425 слов · страница 14 из 17

  • thuiswerkenB2

    работа из дома

    Twee dagen thuiswerken is nu normaal.

  • toegevenB1

    признавать

    Ze gaf toe dat ze fout zat.

  • toelichtenB2

    пояснять, разъяснять

    Kunt u uw standpunt toelichten?

  • toepassenB2

    применять

    Pas de regel toe op deze zin.

  • toestaanA2

    разрешать

    Honden zijn hier niet toegestaan.

  • trainenB1

    тренироваться

    Wij trainen twee keer per week.

  • trakterenA2

    угощать

    Op je verjaardag trakteer je op gebak.

  • trillenB2

    дрожать

    Zijn handen trilden van de zenuwen.

  • troostenB2

    утешать

    Ze troostte haar dochter na de uitslag.

  • trouwenA1

    жениться, выходить замуж

    Zij gaan in juni trouwen.

  • tuinierenB1

    заниматься садом

    In het voorjaar ga ik graag tuinieren.

  • twijfelenB2

    сомневаться

    Ik twijfel nog over die opleiding.

  • uitbestedenB2

    передавать на аутсорсинг

    Het bedrijf besteedt de administratie uit.

  • uiteenzettenB2

    излагать

    Hij zette zijn plan uitgebreid uiteen.

  • uitgaanB1

    ходить развлекаться

    Vroeger gingen we elk weekend uit.

  • uitgevenA2

    тратить

    Ik geef te veel geld uit aan eten.

  • uitkomenA2

    подходить (о времени)

    Komt dinsdag jou goed uit?

  • uitleggenB1

    объяснять

    Kun je dat nog een keer uitleggen?

  • uitnodigenB1

    приглашать

    Ze hebben ons uitgenodigd voor het feest.

  • uitpratenB2

    договорить

    Mag ik even uitpraten?

  • uitrustenB1

    отдыхать

    Na die drukke week moet ik even uitrusten.

  • uitstappenA2

    выходить (из транспорта)

    Bij welke halte moet ik uitstappen?

  • uitstervenB2

    вымирать

    Deze vogelsoort dreigt uit te sterven.

  • uitzoekenA2

    выяснять

    Ik zoek uit wat de regels precies zijn.

  • vallenA1

    падать

    Pas op, je valt bijna.