Словарь
1053 слов · страница 14 из 43
de havenA2
порт, гавань
De boot ligt in de haven van Den Helder.
het hekA1
забор, калитка
Doe het hek achter je dicht.
de helftA1
половина
De helft van de klas was ziek.
de herfstA1
осень
In de herfst waait het vaak hard.
de herhalingA2
повторение
Volgende week is er een herhaling van de grammatica.
de hersenenA1
мозг
Slaap is belangrijk voor je hersenen.
het herstelA2
выздоровление
Beterschap en een goed herstel!
de heupA1
бедро
Mijn oma heeft een nieuwe heup.
de hoedA2
шляпа
In de zon draagt mijn opa altijd een hoed.
de hoekA1
угол
De bakker zit om de hoek.
de hoestdrankA2
сироп от кашля
Neem 's avonds wat hoestdrank.
de hoeveelheidA2
количество
Gebruik een kleine hoeveelheid zout.
de hondA1
собака
De hond moet hier aangelijnd zijn.
de hongerA1
голод
Ik heb honger.
de honingA1
мёд
Doe wat honing in je thee.
het hoofdA1
голова
Mijn hoofd doet pijn.
глава, руководитель
Het hoofd van de afdeling neemt het besluit.
het hoofdgerechtA2
основное блюдо
Het hoofdgerecht was vis met groente.
de hoofdpijnA2
головная боль
Ik heb de hele dag hoofdpijn.
de hoofdstadA2
столица
Amsterdam is de hoofdstad van Nederland.
het horlogeA1
наручные часы
Mijn horloge loopt achter.
het hotelA1
гостиница
We slapen twee nachten in een hotel in Brugge.
de houdbaarheidsdatumA2
срок годности
Kijk even naar de houdbaarheidsdatum.
het houtA2
древесина, дерево (материал)
De tafel in onze keuken is van hout.
de huidA1
кожа
Bescherm je huid tegen de zon.
het huisA1
дом
Ik woon in een klein huis.

