Словарь
804 слов · страница 14 из 33
klantenkaartA2
карта постоянного клиента
Met een klantenkaart spaar je punten.
klantenserviceA2
служба поддержки
Bel de klantenservice als het niet werkt.
klasgenootA2
одноклассник
Mijn klasgenoot komt uit Syrië.
klaslokaalA2
классная комната
Het klaslokaal is op de tweede verdieping.
kleindochterA1
внучка
Zijn kleindochter gaat al naar school.
kleinkindA1
внук, внучка
Zij heeft drie kleinkinderen.
kleinzoonA1
внук
Haar kleinzoon is net geboren.
klerenA1
одежда
Ik koop nieuwe kleren.
kleurA1
цвет
Welke kleur vind je mooi?
klokA1
часы (настенные)
De klok in de keuken loopt voor.
knieA1
колено
Mijn knie doet pijn bij het lopen.
koekA1
печенье
Bij de koffie krijg je een koekje.
koelkastA1
холодильник
De melk staat in de koelkast.
kofferA2
чемодан
Mijn koffer is te zwaar.
koffieA1
кофе
Zullen we een kopje koffie drinken?
komkommerA1
огурец
Snijd de komkommer in plakjes.
kookboekA2
кулинарная книга
Dit recept staat in mijn kookboek.
koolA1
капуста
In de winter eten we vaak kool.
koopjeA2
выгодная покупка
Die jas was echt een koopje.
koortsA2
температура
Het kind heeft koorts.
kopjeA1
чашка
Wil je een kopje thee?
kortingA2
скидка
Er is deze week korting op groente.
kortingsactieA2
акция со скидкой
Er loopt een kortingsactie tot zondag.
kortingsbonA2
купон на скидку
Ik heb nog een kortingsbon.
kortingscodeA2
промокод
Vul de kortingscode in bij het afrekenen.

