Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

796 слов · страница 11 из 32

  • hierA1

    здесь

    Ik woon hier al drie jaar.

  • hoeA1

    как

    Hoe gaat het met je?

  • de hoekA1

    угол

    De bakker zit om de hoek.

  • hoelangA1

    как долго

    Hoelang woon je al in Nederland?

  • hoeveelA1

    сколько

    Hoeveel kost dit?

  • hoiA1

    привет

    Hoi, hoe is het?

  • de hondA1

    собака

    De hond moet hier aangelijnd zijn.

  • honderdA1

    сто

    Dat kost ongeveer honderd euro.

  • de hongerA1

    голод

    Ik heb honger.

  • de honingA1

    мёд

    Doe wat honing in je thee.

  • het hoofdA1

    голова

    Mijn hoofd doet pijn.


    глава, руководитель

    Het hoofd van de afdeling neemt het besluit.

  • hoogA1

    высокий

    Dat gebouw is heel hoog.

  • hopenA1

    hoopte · hebben gehoopt

    надеяться

    Ik hoop dat het lukt.

  • horenA1

    hoorde · hebben gehoord

    слышать

    Ik hoor je niet goed.


    относиться к, входить в

    Deze oefening hoort bij hoofdstuk drie.

  • het horlogeA1

    наручные часы

    Mijn horloge loopt achter.

  • het hotelA1

    гостиница

    We slapen twee nachten in een hotel in Brugge.

  • houdenA1неправильный

    hield · hielden · hebben gehouden

    держать; любить (van)

    Ik houd van koffie.

  • de huidA1

    кожа

    Bescherm je huid tegen de zon.

  • huilenA1

    huilde · hebben gehuild

    плакать

    De baby huilt de hele nacht.

  • het huisA1

    дом

    Ik woon in een klein huis.

  • de huisgenootA1

    сосед по квартире

    Mijn huisgenoot kookt vanavond.

  • de hulpA1

    помощь

    Bedankt voor je hulp.

  • het huwelijkA1

    брак, свадьба

    Hun huwelijk was in juni.

  • het ideeA1

    идея

    Dat is een goed idee.

  • iedereA1

    каждый

    Iedere maandag heb ik les.