Словарь
5046 слов · страница 107 из 202
muziekA1
музыка
Ik luister graag naar muziek.
muziekgenreB2
музыкальный жанр
Dit muziekgenre is populair bij jongeren.
muzieklesB1
урок музыки
Mijn zoon heeft op woensdag muziekles.
muziekstukB2
музыкальное произведение
Het muziekstuk duurt twintig minuten.
naA1
после
Na het eten gaan we wandelen.
naamA1
имя
Wat is jouw naam?
naamswijzigingB2
смена имени
Een naamswijziging kost tijd en geld.
naamvalB2
падеж
Het Nederlands kent nauwelijks nog naamvallen.
naarA1
к, в (направление)
Ik ga naar mijn werk.
naar aanleiding vanB2
в связи с
Naar aanleiding van uw brief bel ik u.
naar mijn meningB2
по моему мнению
Naar mijn mening is dat te vroeg.
naastA1
рядом с
Hij zit naast mij.
nachtA1
ночь
Vannacht heb ik slecht geslapen.
nachtdienstA2
ночная смена
Deze week heb ik nachtdienst.
nachtopvangB2
ночлежка
De nachtopvang zit elke winter vol.
nachtrustB2
ночной отдых
Een goede nachtrust doet wonderen.
nadenkenA2
обдумывать
Ik moet er nog even over nadenken.
nagelA1
ноготь
Mijn nagels zijn te lang.
nagerechtA2
десерт
Als nagerecht is er ijs.
nalatenschapB2
наследственное имущество
De notaris regelt de nalatenschap.
namelijkA2
дело в том, что
Ik kan niet komen, ik moet namelijk werken.
naslagwerkB2
справочник
Dit naslagwerk mag je niet meenemen.
nastrevenB2
добиваться (цели)
Welk doel streef je precies na?
nasynchronisatieB2
дубляж
Kinderfilms krijgen nasynchronisatie.
natA1
мокрый
Mijn jas is helemaal nat.

