Словарь
804 слов · страница 1 из 33
aanbiedingA2
акция, спецпредложение
De kaas is in de aanbieding.
aanbodA2
ассортимент, предложение
Het aanbod in deze winkel is groot.
aankomsthalA2
зал прилёта
Ik wacht op je in de aankomsthal.
aankomsttijdA2
время прибытия
De aankomsttijd staat op je kaartje.
aankoopA2
покупка
Bewaar de bon van je aankoop.
aanstellingA2
назначение на должность
Zij kreeg een vaste aanstelling.
aantalA2
количество
Het aantal deelnemers groeit.
aardappelA1
картофель
We eten vanavond aardappelen.
aardbeiA1
клубника
In juni zijn de aardbeien het lekkerst.
achterA1
за, позади
De tuin ligt achter het huis.
achterdeurA1
задняя дверь
Via de achterdeur kom je in de tuin.
ademA1
дыхание
Haal even diep adem.
adresA1
адрес
Schrijf hier je adres op.
afdelingA2
отдел
Zij werkt op de afdeling verkoop.
afspraakA2
приём, встреча
Ik heb een afspraak om half drie.
afvalA2
мусор
Het afval wordt op dinsdag opgehaald.
agendaA2
ежедневник, повестка
Ik zet de afspraak in mijn agenda.
allebeiA1
оба
Wij werken allebei fulltime.
allemaalA1
все
We gaan allemaal mee.
allergieA2
аллергия
Ik heb een allergie voor noten.
ambulanceA2
скорая помощь
Bel 112 voor een ambulance.
apartA1
отдельно
We betalen apart.
apotheekA2
аптека
De apotheek is naast de huisarts.
appartementA2
квартира
Zij huurt een klein appartement.
appelA1
яблоко
Ik neem een appel mee naar mijn werk.

