Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

15 слов · страница 1 из 1

  • zachtA1

    мягкий

    Dit kussen is lekker zacht.

  • zakA1

    карман; мешок

    Mijn sleutels zitten in mijn zak.

  • zaterdagA1

    суббота

    Op zaterdag doe ik boodschappen.

  • zeepA1

    мыло

    Was je handen met zeep.

  • zelfA1

    сам

    Dat heb ik zelf gemaakt.

  • ziekA1

    больной

    Ik ben vandaag ziek.

  • ziekteA1

    болезнь

    Het is een ziekte die vaak voorkomt.

  • zolderA1

    чердак

    De oude spullen liggen op zolder.

  • zomerA1

    лето

    In de zomer gaan we naar het strand.

  • zondagA1

    воскресенье

    Zondag zijn veel winkels dicht.

  • zoonA1

    сын

    Hun zoon gaat naar school.

  • zoutA1

    соль

    Er zit te veel zout in.

  • zusA1

    сестра

    Ik bel mijn zus elke week.

  • zwagerA1

    шурин, деверь

    Mijn zwager woont in Rotterdam.

  • zwakA1

    слабый

    Na de griep voelde ik me zwak.