Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

156 слов · страница 3 из 7

  • ziekenhuisopnameB1

    госпитализация

    Een ziekenhuisopname was niet nodig.

  • ziekenhuiszorgB2

    стационарная помощь

    De ziekenhuiszorg wordt geconcentreerd in grote centra.

  • ziekenverzorgerB2

    санитар

    De ziekenverzorger werkt in de nachtdienst.

  • ziekmeldenA2

    сообщить о больничном

    Je moet je voor negen uur ziekmelden.

  • ziekmeldingB1

    сообщение о больничном

    Doe je ziekmelding voor negen uur.

  • ziekteA1

    болезнь

    Het is een ziekte die vaak voorkomt.

  • ziektebeeldB1

    клиническая картина

    Dit ziektebeeld komt vaker voor bij ouderen.

  • ziektebestrijdingB2

    борьба с болезнями

    Vaccinatie is een pijler van ziektebestrijding.

  • ziektecijferB2

    показатель заболеваемости

    De ziektecijfers zijn dit jaar gedaald.

  • ziektekostenB1

    медицинские расходы

    De ziektekosten worden grotendeels vergoed.

  • ziektekostenstelselB2

    система медицинского страхования

    Het ziektekostenstelsel werd in 2006 hervormd.

  • ziektekostenvergoedingB1

    возмещение медрасходов

    Vraag na of je ziektekostenvergoeding krijgt.

  • ziektekostenverzekeringB2

    медицинская страховка

    Een ziektekostenverzekering is wettelijk verplicht.

  • ziektelastB2

    бремя болезней

    De ziektelast van roken is enorm.

  • ziektepreventieB2

    профилактика заболеваний

    Ziektepreventie bespaart op lange termijn geld.

  • ziekteverloopB2

    течение болезни

    Het ziekteverloop verschilt per patiënt.

  • ziekteverzuimB2

    невыход по болезни

    Het ziekteverzuim is dit jaar gedaald.

  • zienA1

    видеть

    Ik zie je morgen.

  • zijdeB2

    шёлк

    De sjaal is van zijde.

  • zijnA1

    быть

    Ik ben blij dat je er bent.

  • zingenA2

    петь

    Op verjaardagen zingen we een lied.

  • zinloosB2

    бессмысленный

    Verder discussiëren was zinloos.

  • zinsbouwB2

    построение предложения

    Zijn zinsbouw verraadt zijn moedertaal.

  • zinvolB2

    осмысленный

    Vrijwilligerswerk voelt zinvol.

  • zittenA1

    сидеть

    Zij zit op de bank.