Словарь
66 слов · страница 3 из 3
zorgindicatieB1
заключение о потребности в уходе
Voor thuiszorg heb je een zorgindicatie nodig.
zorgmedewerkerB1
работник ухода
De zorgmedewerker komt twee keer per dag.
zorgpasB1
карта медстрахования
Neem uw zorgpas mee naar de afspraak.
zorgplanB1
план ухода
In het zorgplan staat wie wat doet.
zorgtoeslagB1
пособие на медстраховку
Met een laag inkomen krijg je zorgtoeslag.
zorgverlenerB1
медицинский работник
Bespreek dit met uw zorgverlener.
zoutA1
соль
Er zit te veel zout in.
zullenA1
будет (буд. время)
Zullen we koffie drinken?
zusA1
сестра
Ik bel mijn zus elke week.
zuurA2
кислый
De melk is zuur geworden.
zwagerA1
шурин, деверь
Mijn zwager woont in Rotterdam.
zwakA1
слабый
Na de griep voelde ik me zwak.
zwangerA2
беременная
Mijn zus is zeven maanden zwanger.
zwartA1
чёрный
Hij heeft zwarte schoenen aan.
zwembadB1
бассейн
Het zwembad is op maandag gesloten.
zwemmenB1
плавать
Ik ga twee keer per week zwemmen.

