Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

86 слов · страница 2 из 4

  • ziekA1

    больной

    Ik ben vandaag ziek.

  • het ziekenhuisA2

    больница

    Ze ligt sinds gisteren in het ziekenhuis.

  • het ziekenhuisbezoekB1

    визит в больницу

    Het ziekenhuisbezoek duurde twee uur.

  • de ziekenhuisopnameB1

    госпитализация

    Een ziekenhuisopname was niet nodig.

  • zich ziekmeldenA2отделяемыйвозвратный

    meldde ziek · hebben ziekgemeld

    сообщить о больничном

    Je moet je voor negen uur ziekmelden.

  • de ziekmeldingB1

    сообщение о больничном

    Doe je ziekmelding voor negen uur.

  • de ziekteA1

    болезнь

    Het is een ziekte die vaak voorkomt.

  • het ziektebeeldB1

    клиническая картина

    Dit ziektebeeld komt vaker voor bij ouderen.

  • de ziektekostenB1

    медицинские расходы

    De ziektekosten worden grotendeels vergoed.

  • de ziektekostenvergoedingB1

    возмещение медрасходов

    Vraag na of je ziektekostenvergoeding krijgt.

  • zienA1неправильный

    zag · zagen · hebben gezien

    видеть

    Ik zie je morgen.

  • de zijdeA2

    шёлк

    De sjaal is van zijde.


    сторона

    Aan de andere zijde van de straat staat een apotheek.

  • zijnA1неправильный

    was · waren · zijn geweest

    быть

    Ik ben blij dat je er bent.


    его (притяжательное)

    Peter pakt zijn jas en loopt naar buiten.

  • de zinA2

    предложение (грамм.)

    Schrijf een zin met het woord 'huis'.


    желание (zin hebben)

    Ik heb geen zin om vandaag te koken.

  • zingenA2неправильный

    zong · zongen · hebben gezongen

    петь

    Op verjaardagen zingen we een lied.

  • zittenA1неправильный

    zat · zaten · hebben gezeten

    сидеть

    Zij zit op de bank.


    находиться, лежать (внутри чего-то)

    De sleutels zitten in de zak van mijn jas.

  • zoA1

    так

    Doe het zo.

  • zo'nA2

    такой; около

    Ik wil ook zo'n fiets met een mand voorop.

  • zoalsA2

    как (например); так, как

    Zoals je weet, zijn wij morgen gesloten.

  • zodraB1

    как только

    Ik bel je zodra ik thuis ben.

  • zoekenA1неправильный

    zocht · zochten · hebben gezocht

    искать

    Ik zoek mijn sleutels.

  • zoetA2

    сладкий

    Deze appel is heel zoet.


    пресный (о воде)

    In de sloot staat zoet water, geen zeewater.

  • zoietsA2

    что-то такое, нечто подобное

    Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt.

  • zolangB1

    пока, до тех пор пока

    Je mag hier blijven zolang je wilt.

  • de zolderA1

    чердак

    De oude spullen liggen op zolder.