Словарь
150 слов · страница 1 из 6
waaienA2
waaide · hebben gewaaid
дуть (о ветре)
Het waait vandaag zo hard dat ik niet ga fietsen.
waarA1
где
Waar woon je?
waardB1
стоящий (стоит)
Dit oude schilderij is veel geld waard.
de waardeA2
стоимость, ценность
De waarde van het huis is gestegen.
de waarheidB1
правда
Je moet altijd de waarheid vertellen.
waaromA1
почему
Waarom kom je niet?
waarschijnlijkA1
вероятно
Hij komt waarschijnlijk te laat.
waarschuwenB1
waarschuwde · hebben gewaarschuwd
предупреждать
Ik had je nog gewaarschuwd.
wachtenA2
wachtte · hebben gewacht
ждать
Ik wacht al een half uur.
de wachtkamerA2
приёмная
Neemt u plaats in de wachtkamer.
de wachtlijstB1
лист ожидания
Er is een lange wachtlijst voor die behandeling.
de wachttijdB1
время ожидания
De wachttijd voor een sociale huurwoning is lang.
het wachtwoordA2
пароль
Ik ben mijn wachtwoord vergeten.
wakkerA1
проснувшийся (wakker worden: просыпаться)
Ik word elke ochtend om zes uur wakker.
de wandelclubB1
клуб любителей ходьбы
Mijn moeder zit bij een wandelclub.
wandelenA1
wandelde · hebben/zijn gewandeld
гулять
We gaan zondag wandelen.
de wandelingB1
прогулка
We maken elke zondag een wandeling.
de wandelrouteB1
пешеходный маршрут
Deze wandelroute is tien kilometer lang.
de wangA1
щека
Haar wangen zijn rood van de kou.
wanneerA1
когда
Wanneer begint de les?
wantA1
ведь, потому что (сочинительный)
Ik blijf thuis, want ik ben ziek.
warmA1
тёплый, горячий
De soep is nog warm.
de wasdrogerA2
сушильная машина
In de winter gebruik ik de wasdroger.
het wasgoedA2
бельё (для стирки)
Het wasgoed hangt buiten te drogen.
de wasmachineA2
стиральная машина
De wasmachine is kapot.

