Словарь
50 слов · страница 1 из 2
waardeA2
стоимость, ценность
De waarde van het huis is gestegen.
wachtkamerA2
приёмная
Neemt u plaats in de wachtkamer.
wachtwoordA2
пароль
Ik ben mijn wachtwoord vergeten.
wangA1
щека
Haar wangen zijn rood van de kou.
wasdrogerA2
сушильная машина
In de winter gebruik ik de wasdroger.
wasgoedA2
бельё (для стирки)
Het wasgoed hangt buiten te drogen.
wasmachineA2
стиральная машина
De wasmachine is kapot.
wasmandA1
корзина для белья
De vuile kleren liggen in de wasmand.
wastafelA2
умывальник
De kraan van de wastafel lekt.
waterA1
вода
Drink veel water op een warme dag.
webshopA2
интернет-магазин
Ik bestel het liever in een webshop.
weekA1
неделя
Deze week werk ik thuis.
weekdagA1
будний день
Op weekdagen sta ik vroeg op.
weekendA1
выходные
In het weekend werk ik niet.
wegA1
дорога
Deze weg gaat naar het centrum.
welkomA1
добро пожаловать
Welkom bij ons thuis!
wereldA1
мир
Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.
werkA1
работа
Ik ga om acht uur naar mijn werk.
werkafspraakA2
рабочая договорённость
We maken hierover een werkafspraak.
werkbriefjeA2
табель рабочего времени
Lever je werkbriefje op vrijdag in.
werkdagA2
рабочий день
Het was een lange werkdag.
werkgeverA2
работодатель
Mijn werkgever betaalt de cursus.
werkinstructieA2
рабочая инструкция
Lees de werkinstructie goed door.
werkomgevingA2
рабочая обстановка
Ik heb een prettige werkomgeving.
werkoverzichtA2
обзор задач
Maak elke maandag een werkoverzicht.

