Словарь
132 слов · страница 3 из 6
wegwijzerB1
указатель
Volg de wegwijzers naar het centrum.
weigerenB1
отказываться
Hij weigerde het voorstel.
weilandB1
луг, пастбище
In het weiland staan koeien.
weinigA1
мало
Ik heb weinig tijd.
wekelijksA1
еженедельно
De les is wekelijks op dinsdag.
welkeA1
какой
Welke bus moet ik nemen?
welkomA1
добро пожаловать
Welkom bij ons thuis!
wereldA1
мир
Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.
werkA1
работа
Ik ga om acht uur naar mijn werk.
werkafspraakA2
рабочая договорённость
We maken hierover een werkafspraak.
werkbegeleidingB1
наставничество на работе
Nieuwe medewerkers krijgen werkbegeleiding.
werkbesprekingB1
рабочее обсуждение
De werkbespreking is elke maandagochtend.
werkbriefjeA2
табель рабочего времени
Lever je werkbriefje op vrijdag in.
werkdagA2
рабочий день
Het was een lange werkdag.
werkdocumentB1
рабочий документ
Bewaar dit werkdocument goed.
werkenA1
работать
Zij werkt in een ziekenhuis.
werkervaringB1
опыт работы
Voor deze baan is werkervaring vereist.
werkgelukB1
удовлетворённость работой
Werkgeluk hangt niet alleen van het salaris af.
werkgeverA2
работодатель
Mijn werkgever betaalt de cursus.
werkgeverscontactB1
контакт с работодателем
Het werkgeverscontact verloopt via de mail.
werkgeversverklaringB1
справка от работодателя
Voor de hypotheek heb je een werkgeversverklaring nodig.
werkhoudingB1
отношение к работе
Zijn werkhouding is voorbeeldig.
werkinstructieA2
рабочая инструкция
Lees de werkinstructie goed door.
werkloosB1
безработный
Hij is sinds januari werkloos.
werknemerB1
работник
Elke werknemer heeft recht op vakantiedagen.

