Словарь
266 слов · страница 11 из 11
woonlastenB1
расходы на жильё
De woonlasten zijn dit jaar flink gestegen.
woonoverlastB2
бытовые помехи от соседей
Bij woonoverlast kun je de verhuurder inschakelen.
woonruimteA2
жилая площадь
Woonruimte is in deze stad schaars.
woordA1
слово
Ik ken dit woord nog niet.
woordaccentB2
словесное ударение
Het woordaccent kan de betekenis veranderen.
woordenboekA2
словарь
Zoek het woord op in het woordenboek.
woordenschatB2
словарный запас
Voor B2 heb je een brede woordenschat nodig.
woordgebruikB2
словоупотребление
Zijn woordgebruik is opvallend formeel.
woordgrapB2
игра слов
Een woordgrap is bijna niet te vertalen.
woordkeuzeB1
выбор слов
Let op je woordkeuze in een formele brief.
woordvoerderB2
пресс-секретарь
De woordvoerder gaf geen commentaar.
woordvolgordeB2
порядок слов
In een bijzin verandert de woordvolgorde.
wordenA2
становиться
Hij wil dokter worden.
worstA1
колбаса
Bij de slager kocht ik worst.
wortelA1
морковь
Doe de wortels in de soep.
wrokB2
обида, злоба
Zij koestert geen wrok tegen haar oude werkgever.

