Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

266 слов · страница 10 из 11

  • winkelvloerB2

    торговый зал

    Zij begon op de winkelvloer.

  • winkelwagenA2

    тележка

    Voor een winkelwagen heb je een muntje nodig.

  • winstdelingB2

    участие в прибыли

    Werknemers krijgen hier winstdeling.

  • winstmargeB2

    маржа прибыли

    De winstmarge in deze sector is klein.

  • winterA1

    зима

    De winter is hier nat en koud.

  • wiskundeB2

    математика

    Wiskunde is voor dit profiel verplicht.

  • wisselenA2

    менять (деньги)

    Kunt u dit briefje van vijftig wisselen?

  • wisselkoersB2

    обменный курс

    De wisselkoers is vandaag ongunstig.

  • wisselwerkingB2

    взаимодействие

    Let op de wisselwerking tussen deze twee middelen.

  • witA1

    белый

    De muren zijn wit geverfd.

  • woedeB2

    гнев, ярость

    Hij kon zijn woede nauwelijks bedwingen.

  • woensdagA1

    среда

    Woensdag zijn de kinderen vrij.

  • woestijnB2

    пустыня

    De woestijn breidt zich langzaam uit.

  • wolB2

    шерсть

    Wol is warm maar kwetsbaar in de was.

  • wolkB1

    облако

    Er hangen donkere wolken.

  • wondA1

    рана

    Maak de wond eerst schoon.

  • wondgenezingB1

    заживление раны

    De wondgenezing verloopt goed.

  • wondverzorgingA2

    обработка раны

    De verpleegkundige doet de wondverzorging.

  • wonenA1

    жить, проживать

    Wij wonen in Utrecht.

  • woningA2

    жильё

    Een betaalbare woning vinden is moeilijk.

  • woningcorporatieA2

    жилищная корпорация

    De woningcorporatie verhuurt sociale woningen.

  • woningprijsB2

    цена жилья

    De woningprijzen zijn in tien jaar verdubbeld.

  • woonadresA2

    адрес проживания

    Geef je nieuwe woonadres door aan de gemeente.

  • wooncomplexB2

    жилой комплекс

    Het wooncomplex telt honderd appartementen.

  • woonkamerA1

    гостиная

    De woonkamer is het grootst.