Словарь
5 слов · страница 1 из 1
viesA1
грязный
Je schoenen zijn vies.
volA1
полный
De bus is helemaal vol.
volgendA1
следующий
Volgende week begin ik met de cursus.
vorigA1
прошлый, предыдущий
Vorig jaar woonde ik nog in Polen.
vriendA1
друг
Hij is een goede vriend van mij.

