Словарь
184 слов · страница 7 из 8
voorbeeldA2
пример
Kun je een voorbeeld geven?
voorbereidenA2
готовить(ся)
Ik bereid me voor op het examen.
voordeurA1
входная дверь
De voordeur zit op slot.
voorgerechtA2
закуска
Als voorgerecht nemen we soep.
voorkomenA2
встречаться; предотвращать
Dat probleem komt hier vaak voor.
voorlichtingB1
информирование, просвещение
De gemeente geeft voorlichting over afvalscheiding.
voorraadA2
запас, наличие
We hebben het niet meer op voorraad.
voorraadkastA2
кладовая для продуктов
Het meel staat in de voorraadkast.
voorrangB1
преимущество проезда
Fietsers hebben hier voorrang.
voorstellenB1
предлагать; представлять
Mag ik een andere datum voorstellen?
voortaanA2
впредь
Voortaan doen we het anders.
voortgangB1
прогресс
Je kunt je voortgang online volgen.
voorwaardeA2
условие
Lees eerst de voorwaarden.
voorzieningB1
услуга, инфраструктура
In de wijk zijn goede voorzieningen.
vorigA1
прошлый, предыдущий
Vorig jaar woonde ik nog in Polen.
vorkA1
вилка
Er ligt geen vork op tafel.
vorstB1
мороз
Vannacht wordt er vorst verwacht.
vraagstellingB1
постановка вопроса
Let goed op de vraagstelling van de opdracht.
vragenA2
спрашивать
Mag ik iets vragen?
vriendA1
друг
Hij is een goede vriend van mij.
vriendinA1
подруга, девушка
Mijn vriendin komt uit Spanje.
vriendschapA1
дружба
Onze vriendschap duurt al twintig jaar.
vriezerA2
морозильник
Het brood ligt in de vriezer.
vrijA1
свободный
Is deze stoel vrij?
vrijdagA1
пятница
Vrijdag werk ik thuis.

