Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

184 слов · страница 4 из 8

  • verlofdagB1

    отгул

    Ik neem morgen een verlofdag op.

  • verloofdA1

    помолвленный

    Ze zijn sinds vorige maand verloofd.

  • vermijdenA2

    избегать

    Probeer de spits te vermijden.

  • verpakkingA2

    упаковка

    De verpakking is van karton.

  • verplaatsenA2

    переносить

    Kunnen we de afspraak verplaatsen?

  • verpleeghuisB1

    дом престарелых с уходом

    Zijn moeder woont sinds vorig jaar in een verpleeghuis.

  • verpleegkundigeA2

    медсестра, медбрат

    De verpleegkundige komt zo bij u.

  • verplegingB1

    уход медсестёр

    De verpleging op deze afdeling is goed.

  • verplichtB1

    обязательный

    Deelname is niet verplicht.

  • verplichtingB1

    обязательство

    Deelname brengt ook verplichtingen met zich mee.

  • versA2

    свежий

    Dit brood is niet meer vers.

  • verschilA2

    разница

    Wat is het verschil tussen deze twee?

  • verschillendA2

    различный

    We hebben verschillende opties bekeken.

  • verslavingB1

    зависимость

    Voor een verslaving bestaat professionele hulp.

  • verstaanbaarB1

    внятный, разборчивый

    Praat langzaam en verstaanbaar.

  • verstaanbaarheidB1

    разборчивость речи

    Aan de verstaanbaarheid moet je nog werken.

  • versturenA2

    отправлять

    Verstuur het formulier voor vrijdag.

  • vertellenA1

    рассказывать

    Vertel eens, hoe was je dag?

  • vertraagdB1

    задержанный, опаздывающий

    De trein is tien minuten vertraagd.

  • vertragingA2

    задержка

    De trein heeft tien minuten vertraging.

  • vertrekB1

    отправление

    Het vertrek is om kwart over acht.

  • vertrekhalA2

    зал вылета

    We spreken af in de vertrekhal.

  • vertrekkenA2

    отправляться

    De trein vertrekt over vijf minuten.

  • vertrekperronB1

    платформа отправления

    Het vertrekperron is gewijzigd.

  • vertrektijdA2

    время отправления

    Wat is de vertrektijd van de trein?