Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

277 слов · страница 2 из 12

  • vanwegeB1

    из-за

    Vanwege de storm rijden er geen treinen.

  • het varkenA2

    свинья

    Op deze boerderij lopen de varkens buiten.

  • vastB1

    наверняка

    Hij is vast al thuis, want het licht brandt.


    постоянный (контракт)

    Ik heb sinds januari een vast contract.

  • vechtenB1неправильный

    vocht · vochten · hebben gevochten

    драться, бороться

    De twee jongens vechten op het schoolplein.

  • veelA1

    много

    Er zijn veel mensen buiten.

  • de veerbootA2

    паром

    De veerboot vertrekt elk half uur.

  • veertigA1

    сорок

    Hier mag je veertig rijden.

  • vegetarischA2

    вегетарианский

    Hebben jullie ook vegetarische gerechten?

  • veiligA1

    безопасный

    Werk altijd veilig met deze machine.

  • de veiligheidA2

    безопасность

    De veiligheid in de wijk is verbeterd.

  • de veiligheidsgordelB1

    ремень безопасности

    Doe je veiligheidsgordel om.

  • het veldA2

    поле

    Op het veld achter de school spelen kinderen voetbal.

  • de vensterbankA1

    подоконник

    Op de vensterbank staan planten.

  • de ventilatieA2

    вентиляция

    Goede ventilatie voorkomt schimmel.

  • verA1

    далеко

    Is het nog ver?

  • veranderenA1

    veranderde · hebben/zijn veranderd

    менять(ся)

    Er is veel veranderd dit jaar.

  • de veranderingA2

    изменение

    Dat is een grote verandering voor ons.

  • verantwoordelijkA2

    ответственный

    Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen afval.

  • de verantwoordelijkheidB1

    ответственность

    Zij krijgt steeds meer verantwoordelijkheid.

  • verantwoordenB1

    verantwoordde · hebben verantwoord

    обосновывать (решение)

    Je moet je keuzes kunnen verantwoorden.


    zich verantwoordenвозвратный

    отчитываться, держать ответ

    Hij moest zich verantwoorden tegenover de directie.

  • verbaasdA2

    удивлённый

    Ik was verbaasd over zijn antwoord.

  • het verbandA2

    повязка, бинт

    Doe er even een verband omheen.

  • verbazenA2

    verbaasde · hebben verbaasd

    удивлять

    Zijn reactie verbaasde iedereen.

  • verbergenB1неправильный

    verborg · verborgen · hebben verborgen

    прятать, скрывать

    Het kind verbergt het cadeau onder zijn bed.

  • verbeterenA2

    verbeterde · hebben/zijn verbeterd

    улучшать(ся)

    Mijn Nederlands is dit jaar verbeterd.