Словарь
184 слов · страница 2 из 8
veiligA2
безопасный
Werk altijd veilig met deze machine.
veiligheidsgordelB1
ремень безопасности
Doe je veiligheidsgordel om.
vensterbankA1
подоконник
Op de vensterbank staan planten.
ventilatieA2
вентиляция
Goede ventilatie voorkomt schimmel.
verA1
далеко
Is het nog ver?
veranderenA2
менять(ся)
Er is veel veranderd dit jaar.
veranderingA2
изменение
Dat is een grote verandering voor ons.
verantwoordelijkB1
ответственный
Iedereen is verantwoordelijk voor zijn eigen afval.
verantwoordelijkheidB1
ответственность
Zij krijgt steeds meer verantwoordelijkheid.
verantwoordenB1
обосновывать, отчитываться
Je moet je keuzes kunnen verantwoorden.
verbaasdA2
удивлённый
Ik was verbaasd over zijn antwoord.
verbandA2
повязка, бинт
Doe er even een verband omheen.
verbeterenA2
улучшать(ся)
Mijn Nederlands is dit jaar verbeterd.
verbiedenA2
запрещать
Roken is in het gebouw verboden.
verblijfsdocumentB1
документ о пребывании
Neem je verblijfsdocument mee naar de afspraak.
verblijfsvergunningB1
вид на жительство
Zijn verblijfsvergunning is met vijf jaar verlengd.
verdienenA2
зарабатывать
Hoeveel verdien je per uur?
verdiepingA1
этаж
Wij wonen op de derde verdieping.
verdrietigA2
грустный
Zij was verdrietig na het nieuws.
verduidelijkingB1
разъяснение
Ik vroeg om verduidelijking van de regels.
verenigingB1
клуб, объединение
Hij is lid van een sportvereniging.
vergaderingA2
совещание
De vergadering begint om negen uur.
vergelijkbaarA2
сопоставимый
De prijzen zijn vergelijkbaar.
vergetenA2
забывать
Ik ben mijn telefoon vergeten.
vergoedingA2
компенсация
Je krijgt een vergoeding voor de reiskosten.

