Je EigenRoute
ВходРегистрация

Словарь

43 слов · страница 2 из 2

  • visA1

    рыба

    Op vrijdag eten we vaak vis.

  • vlaA1

    ванильный десерт

    Als toetje eten we vla.

  • vleesA1

    мясо

    Zij eet geen vlees.

  • vloerA1

    пол

    De vloer is nog nat.

  • voetA1

    ступня

    Mijn voet doet zeer.

  • volA1

    полный

    De bus is helemaal vol.

  • volgendA1

    следующий

    Volgende week begin ik met de cursus.

  • voorA1

    для; перед

    Dit cadeau is voor jou.

  • voordeurA1

    входная дверь

    De voordeur zit op slot.

  • vorigA1

    прошлый, предыдущий

    Vorig jaar woonde ik nog in Polen.

  • vorkA1

    вилка

    Er ligt geen vork op tafel.

  • vriendA1

    друг

    Hij is een goede vriend van mij.

  • vriendinA1

    подруга, девушка

    Mijn vriendin komt uit Spanje.

  • vriendschapA1

    дружба

    Onze vriendschap duurt al twintig jaar.

  • vrijA1

    свободный

    Is deze stoel vrij?

  • vrijdagA1

    пятница

    Vrijdag werk ik thuis.

  • vroegA1

    рано

    Ik sta elke dag vroeg op.

  • vrouwA1

    женщина

    De vrouw leest een boek.